zondag 23 juli 2017

BELANGELOZE NAASTENLIEFDE

BELANGELOZE NAASTENLIEFDE:



De belangeloze naastenliefde was één van de sterke kwaliteiten van de eerste christengemeenschappen, waar men leefde volgens de regel: “één van geest en één van hart” te zijn. (Het eerste en voornaamste gebod die Jezus ons leerde, hield men hoog in het vaandel: "Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.”  In onze huidige geloofsgemeenschappen wordt naastenliefde niet meer belangeloos beoefend. Men laat zich te vaak leiden door eigenbelangen in de dienst aan de naaste, “voor wat, hoort wat” is nogal dikwijls de drijfveer. Men ziet de dienst aan de naaste nogal graag beloond, hetzij financieel of onder andere vorm, meestal gericht op het eigen materiele welzijn! Deze opvatting staat zeer ver van de manier waarop Jezus Christus de naastenliefde bedoelde!
Ieder mens ervaart in zijn dagelijks leven situaties waarin hij de naastenliefde kan beoefenen, dus zijn eigen belangen en behoeften achteruit kan stellen bij deze van zijn medemens. 
Wie zijn naaste niet bemint, zondigt automatisch in de Liefde tegen God zelf, want God woont in elke mens. 
Heeft Jezus niet gezegd "Wat gij voor één dezer geringsten van Mijn broeders hebt gedaan, hebt gij voor Mij gedaan.” Elke weldaad die u aan een medemens bewijst, bewijst u in de diepte aan Jezus. Elke zonde die u bedrijft tegen een medemens, bedrijft u in wezen tegen Jezus.
De naastenliefde strekt zich uit tot buiten de grenzen van het aardse leven. Geeft u er zich voldoende rekenschap van dat het als een gebrek aan naastenliefde aangemerkt kan worden indien u nalaat, te bidden voor de zielenrust van een overleden familielid? U wordt geacht, deze mens met gebed en offer te 'begeleiden' naar het Eeuwig Heil.
Dit is het ware heldendom in Gods ogen: een zodanige overwinning op zichzelf behalen dat de eigen behoeften verloochend worden voor deze van de ander, en zelfs alle vrees overwinnen die menselijkerwijs op het voorplan treedt zodra men de zwakheden van het eigen wezen onder ogen ziet (bijvoorbeeld wanneer men zijn eigen behoeften achteruit stelt bij deze van zijn medemens.) Hart en ziel laten ontvlammen voor het lot van de medemens, is pas mogelijk naarmate men zichzelf méér overwint. De mens heeft een soort ingeboren neiging tot zelfbehoud, die in feite neerkomt op een 'voor zichzelf zorgen', dus een al dan niet uitgesproken neiging tot zelfzucht.


        “De zusters van de naastenliefde die de armsten der armen hulp bieden..een vorm van pure belangeloze naastenliefde, uit liefde tot God en de naaste!”



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen