zondag 23 april 2017

DE TROONZAAL VAN HET HART


DE TROONZAAL VAN HET HART

Beschouwing geïnspireerd door de Heilige Maagd Maria

Beschouwing over het hart als troonzaal voor God, en de H. Mis als plechtigste vorm van audiëntie bij God in het eigen hart.

“De Koning en de Koningin-moeder”



 God is de Grote Koning van de Schepping. Van nature is de hele Schepping Zijn Rijk, doch de aarde wordt hem door de vorst der duisternis betwist. God zendt al Zijn onderdanen (de mensenzielen) op een door Hem voorzien tijdstip naar de aarde voor een leven dat kan worden vergeleken met een werk- en strijdverblijf, gedurende hetwelk elke onderdaan met de inzet van zijn hele wezen en zijn hele leven de aarde voor Zijn Koning moet helpen heroveren. Slechts wanneer de Koning de aarde opnieuw ten volle tot deel van Zijn Koninkrijk kan uitroepen, zal de aarde een spiegel worden van het Koninkrijk van de Eeuwige Liefde en Vrede.

Slechts in de tegenwoordigheid van de Koning kan de onderdaan het ware geluk vinden, want de Koning is de Bron van de Eeuwige Liefde en Vrede. Slechts in een innig contact van Hart tot hart kan de Koning Zijn gesteldheden van ware liefde, diepe vrede en innerlijke harmonie in Zijn onderdanen tot bloei brengen. Hoe meer de onderdaan zijn Koning leert zien zoals deze werkelijk is, des te meer en des te oprechter zal hij de Koning leren liefhebben. De onderdaan zal ernaar verlangen, zijn Koning te bezoeken, want hij zal ontdekken dat slechts de Koning hem het Ware Geluk kan brengen. Aan een bezoek bij de Koning zijn echter tijdelijke grenzen gesteld:
De onderdaan kan de Koning pas in Zijn Paleis (de Hemel) bezoeken zodra de eerstgenoemde gedurende zijn werk- en strijdverblijf op aarde heeft aangetoond dat hij de Wetten van het Hemels Koninkrijk volkomen trouw is geweest en gebleven, met andere woorden: zodra hij zijn aardse leven heeft voltooid in volle deugdzaamheid, respectievelijk elke overtreding tegen Gods Wet heeft goedgemaakt (een goedmaking die wij kennen als het uitboetingslijden in het vagevuur.)
De liefdevolle en barmhartige Koning weet echter dat de onderdanen Zijn tegenwoordigheid nodig hebben, en Zelf wil Hij ook voelbaar bij hen kunnen zijn. Daarom heeft Hij een mogelijkheid voor geregelde bezoeken van Zijn onderdanen aan Hem voorzien, terwijl zij nog op aarde leven. Hij heeft elk van Zijn onderdanen voorzien van een hart, een centrale in dewelke de levenskracht van de Koning wordt verzameld en vanuit dewelke deze Kracht het hele wezen van de onderdaan kan voeden en zich over zijn leefwereld moet verspreiden. In die centrale heeft de Koning mogelijkheden voorzien om een troonzaal in te richten, waarin de onderdaan bij Hem in audiëntie kan worden ontvangen. Een dergelijke audiëntie kan worden verkregen telkens de onderdaan van harte verlangt, de Koning te bezoeken. Op een zeer plechtige wijze echter, voltrekt zich de audiëntie van de onderdaan bij de Koning naar aanleiding van een Heilige Mis.
Wanneer de onderdaan de Heilige Mis bezoekt, behoort hij dit te beschouwen als een plechtige audiëntie bij de Grote. Indien de Koning in de troonzaal van het eigen hart onderdaan om welke geldige reden dan ook niet in staat is om deze plechtige audiëntie te voltrekken, kan hem op dezelfde plaats een audiëntie worden vergund ter gelegenheid van een geestelijke communie waarbij de onderdaan de Koning waarlijk, oprecht en liefdevol verlangt te ontmoeten.
Voor elke audiëntie bij de Koning in de troonzaal van het eigen hart, niet slechts voor een 'plechtige' audiëntie (Heilige Mis) doch ook voor een wat informelere vorm van audiëntie (de contacten met de Koning in doen en laten en in gebed) moet de onderdaan de juiste gesteldheid bezitten: De troonzaal moet op passende wijze worden ingericht. De onderdaan zal daartoe:
·                            Zijn hart verwarmen met een oprechte, onvoorwaardelijke Liefde, die hij niet alleen rechtstreeks naar de Koning toe zal tonen doch evenzeer naar alle andere onderdanen van het Eeuwig Rijk (alle medezielen), het hele dierenpark van de Koning en alle koninklijke domeinen (de hele natuur.) De Koning wekt de diepste Liefde, want Hij regeert met volmaakte rechtvaardigheid en richt al Zijn beschikkingen uitsluitend op het Eeuwig Geluk van Zijn onderdanen. Al Zijn handelingen (de tussenkomsten van Zijn Voorzienigheid en van Zijn Genade) worden gedreven door een intens verlangen dat het elke onderdaan (elke ziel) goed moge gaan voor de eeuwigheid, ook al moeten daartoe op kortere termijn (de duur van het aardse leven) offers worden gebracht.
·                            De troonzaal, en de troon in het bijzonder, poetsen met zijn dagelijkse inspanningen om alle deugden te beleven in hun volmaaktheid.
·                            De troonzaal bekleden met de siertapijten van de eerbied. De Koning is almachtig. Hij heeft Zijn hele Koninkrijk Zelf gemaakt, heeft er de Grondwet vastgelegd en beschikt over leven en dood van al Zijn onderdanen. Hij is alle eerbied méér dan waardig, want ondanks de talloze overtredingen tegen Zijn Wet blijft Hij ijveren voor het Eeuwig Geluk van elke individuele onderdaan;
·                            Zijn hart wijd geopend houden voor de intrede van zijn Koning, door de instandhouding van een vast geloof in God en in Zijn Werken, Zijn eeuwenoude onveranderlijke Wetten, Zijn Beloften, en in de zin van de eigen beproevingen.
De onderdaan bewijst zijn trouw aan de Koning het beste door de audiënties niet te beschouwen als kortstondige ogenblikken, die weinig of niets met de overige ogenblikken van zijn leven te maken hebben. De onderdaan kan dit bewijs leveren door de troonzaal van zijn hart in orde te houden, elk moment van de dag en de nacht, want de Koning zal de troonzaal ook geregeld onaangekondigd betreden om zich van de oprechtheid van de dienstbaarheid van Zijn onderdaan te overtuigen. Daarom moet het hart blijvend worden ingericht tot een troonzaal. De Koning wil immers het contact met Zijn onderdanen niet beperken tot kortstondige bezoeken, Hij wil op de ontmoetingsplaats een koninklijke residentie optrekken, daar Zijn Grondwet tot in de kleinste details uitwerken, en er de onderdaan inwendig leiden in al zijn doen en laten. Het hart moet de kamer zijn, waarin Gods Wet als een Gouden Boek in waardigheid wordt bewaard en vanuit dewelke deze Wet van harte en oprecht wordt opgevolgd.
Het hart moeten wij beschouwen als een kamer in het huis (de ziel) van de onderdaan, een kamer met een menselijke inrichting, die echter een onmetelijk potentieel in zich draagt om volledig nieuw te worden ingericht, want de Koning heeft er van meet af aan materialen voorzien waarmee de herinrichting kan gebeuren.
Opdat de herinrichting exact zou kunnen gebeuren volgens de verlangens van de Koning, maakt de Koning het mogelijk dat de onderdaan een plechtige overeenkomst sluit met de Koningin-Moeder (de Heilige Maagd Maria, de Moeder van Gods Zoon), die alle volmachten bezit voor de herinrichting van alle huizen in het Koninkrijk teneinde het hele Rijk volledig te ontwikkelen tot een geheel waarvan alle elementen een volmaakt vruchtbare werking volgens de Grondwet van de Koning mogelijk maken. De Koningin-Moeder was een Vrouw uit Gods Volk, Die ooit door de Koning is uitverkoren tot volmaakt Paleis, exact volgens de Koninklijke Voorschriften gebouwd en ingericht om Zijn grootheid voor eeuwig uit te stralen over het hele Rijk. Zij heeft een onbetwistbare macht ontvangen over alle onderdanen, en heeft de Koninklijke Belofte ontvangen dat Zij, gezeten op een Koninklijke Troon, de tegenstander van het Eeuwig Rijk onder haar voet zal verbrijzelen. Voor de onderdanen is Zij het Modelvoorbeeld voor een Paleis dat een volmaakte kopie is van het Paleis van de Koning in de Hemel, met andere woorden: Zij vertegenwoordigt de Koning en het Hemels Rijk in alles. De Koningin-Moeder is door de Koning tegelijkertijd gemaakt tot bevoorrechte Troonzaal, Lusttuin, en Schatkamer van de Kroonjuwelen.
De Koning verwacht van de onderdaan, dat deze zijn huis (zijn ziel) zonder enige beperking noch voorwaarde ter beschikking stelt van de Koningin-Moeder, die het hart zal herinrichten tot een troonzaal waarvan elk aspect zal beantwoorden aan de Grondwet, tot het geheel, ondanks zijn kleinheid, zal worden tot een paradijs dat de Koning, zodra Hij het betreedt, het gevoel zal geven dat Hij er waarlijk thuis is, doordat Hij er een atmosfeer, een lucht, een schoonheid en een zuiverheid zal terugvinden die Hijzelf in Zijn Paleis (de Hemel) heeft geschapen.
De onderdaan kan zijn hart, de gelegenheidstroonzaal voor de Koning, volkomen leren afstemmen op de verwachtingen van de Koning door een leven te betrachten in strikte navolging van alle Koninklijke Wetten. Hij kan dit des te beter en des te sneller leren doen naarmate hij zich volledig openstelt voor de innerlijke leiding door de Koningin-Moeder, die deze Wetten volmaakt kent, hen Zelf steeds in absolute volmaaktheid heeft toegepast, en die de macht heeft gekregen om elke troonzaal opnieuw in te richten volgens Haar inzichten.
Om deze reden wordt het leven van de onderdaan des te vruchtbaarder naarmate hij vóór elke audiëntie een plechtig verzoek richt tot de Koningin-Moeder om zijn troonzaal met Zichzelf en Haar attributen te komen bekleden. De grootste resultaten kan de onderdaan verwachten wanneer hij de Koningin-Moeder van harte uitnodigt om blijvend Haar intrek in hem te nemen. Als Gezante van de Koning zal Zij dan tussen de 'officiële' audiënties in, plaats nemen op de troon en de onderdaan tot Meesteres zijn. Hoe vaker en hoe langduriger Zij op de troon kan blijven zitten, des te intenser zal Haar koninklijk Parfum het hele paleis van de ziel vervullen. Het Parfum van de Koningin-Moeder is uniek: Het is een essence die door de Koning Zelf wordt gewonnen uit de bloemen in het hart van Zijn Koninklijke Tuinen, een oord waartoe buiten de Koning Zelf uitsluitend de Koningin-Moeder toegang heeft. Dit Parfum bezit een immense kracht tot heiliging van onderdanen en tot verlamming van de tegenstander van het Eeuwig Rijk. Het kan daarom worden beschouwd als de bron van Haar unieke macht. Dit parfum kan slechts het paleis van de onderdaan beginnen vervullen naarmate deze de Koningin-Moeder ongeremd in zich laat heersen, want Zij verspreidt Haar Parfum in de hoogste mate terwijl Zij op de troon zit.
Dit beeld geeft ten volle uitdrukking aan het Mysterie van de totale, onvoorwaardelijke en levenslange toewijding aan de Heilige Maagd, Koningin-Moeder van het Eeuwig Rijk en Meesteres van alle zielen.
Zie de essentie van deze beschouwing:
1.                       De ziel moet de Hemelse Koning veelvuldig bezoeken, en behoort dit te doen in een gesteldheid van de diepste Liefde, de diepste eerbied, een volhardende naleving van alle deugden, en een rotsvast geloof in God en het Eeuwig Leven bij Hem.

2.                       De plechtigste audiëntie bij de Koning is de Heilige Mis, die de onderdaan  niet uiterlijk moet beleven in een gebouw (de kerk), doch innerlijk in het eigen hart. Om een vruchtbaar leven te leiden, mag de onderdaan deze 'officiële' audiëntie niet beschouwen als de enige gelegenheid om met de Koning in contact te komen. Hij wordt geacht, op elk ogenblik zijn troonzaal in orde te houden voor onverwachte bezoeken vanwege de Koning. Concreet betekent dit, dat de onderdaan via zijn hele levensinstelling moet getuigen van zijn verlangen dat God hem geen ogenblik zou verlaten.
3.                      De onderdaan moet daartoe zijn hart zo getrouw mogelijk volgens Gods verlangens laten omvormen, en kan dit het beste doen door gebruikmaking van de weg die God Zelf hem ter beschikking heeft gesteld: door het sluiten van een plechtige overeenkomst met de Koningin-Moeder, met andere woorden door totale toewijding aan Maria voor een herinrichting van het eigen hart, en door heel speciaal vóór elke audiëntie de Koningin-Moeder uit te nodigen om het hart volledig met Zichzelf (Haar volmaakte deugden en Haar eigen ingesteldheden) te bekleden. De onderdaan zal echter de Koningin-Moeder tot Heerseres van zijn paleis aanvaarden op elk ogenblik van zijn leven.

“Maria de Koningin-moeder op de troon in de troonzaal van het hart.”

"Ik ben de onverwelkbare Bloem van Goddelijk Leven, de Koningin van Hemel en aarde. Al het wereldse, alle zonde en bekoring zijn onder Mijn voeten gelegd. Ik ben de Bruid van de Heilige Geest, de Moeder van de Christus. In Mij is de Volheid der Genade. Daarom ben Ik de Meesteres van alle zielen, Gods Gids naar de Weg, de Waarheid en het Leven"




De omgang met de Koning van het Eeuwig Rijk bestaat niet uit losse handelingen en momenten; hij berust op een ingesteldheid, die wordt bepaald door de staat van het hart op elk ogenblik van de dag en de nacht. Het is de Koning buitengewoon welgevallig wanneer de onderdaan zijn bereidheid tot permanente dienstbaarheid en bereidheid voor de vervulling van de Werken van Zijn Koning bewijst door zich over te leveren aan de heerschappij van de Koningin-Moeder, die de macht heeft ontvangen, het dagelijks bestuur over een onderdaan te voeren, en voor de onderdaan tezelfdertijd de volgende functies te bekleden:
·                            Gids en Raadgeefster in al zijn handelingen ten dienste van de Plannen en Werken van de Koning;
·                            Modelvoorbeeld voor het leefpatroon dat ook hemzelf de grootste vruchtbaarheid ter vervulling van zijn ware levensroeping kan brengen;
·                            Architecte met koninklijke volmacht voor de herinrichting van zijn paleis, in het bijzonder van zijn troonzaal;
·                            Commandante van zijn innerlijke afweer tegen de werken van de tegenstander;
·                            Voorspreekster en Schatbewaarster voor de Genaden die hij nodig kan hebben;
·                            Meesteres van zijn hele huis, dat een paleis voor de Koning moet zijn en daarom ook ononderbroken door de Koningin-Moeder moet worden bewoond, en waarin de troon op elk ogenblik door Haar moet worden bezet.
De gouden weg om te worden tot een waar paleis waarin de Koning van het Eeuwig Rijk Zich thuis kan voelen, is deze waarbij de onderdaan een verbond van volgzaamheid en onderwerping aangaat jegens de Koningin-Moeder, de Gezante met onbegrensde koninklijke volmachten. Het is dit verbond, dat wij kennen als totale, onvoorwaardelijke, levenslange, in alle details van het leven toegepaste toewijding aan de Heilige Maagd Maria,  dat het huis van de ziel omvormt tot een paleis dat de Koning blijvend kan aantrekken.
BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: Meditaties: De Troonzaal van het hart)


 




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen