maandag 27 februari 2017

ASWOENSDAG

ASWOENSDAG:

Begin van de veertig-dagentijd.

"Het assekruisje op aswoensdag."


Vanaf vandaag worden wij opgeroepen tot de jaarlijkse Vastentijd in voorbereiding op het feest van de Verrijzenis op Pasen.
De Vasten is een periode van zuivering. Verrijzenis is als een wedergeboorte nadat men iets ouds heeft afgelegd. Jezus had deze wedergeboorte niet nodig, Zijn Wederopstanding was een teken naar de zielen toe: een teken van hoop als bewijs voor de absolute macht van het Licht over de duisternis. De geschapen ziel moet eigenlijk voortdurend nieuw geboren worden omdat het leven op aarde ononderbroken ten prooi is aan invloeden die de volmaaktheid bedreigen. Precies daartoe is elke nieuwe dag als een nieuwe kans om dichter bij God te komen.
Het leven op aarde geeft de ziel voortdurend prijs aan verontreinigingen vanwege de invloeden der wereld. Elke bekoring is als een schaduw, een kleine verduistering van de zon van Gods Licht en Liefde. Wordt aan een bekoring toegegeven, dan ondervindt de ziel een zekere beschadiging: Haar bodem wordt als het ware op een bepaalde plaats verziekt. Bepaalde vruchten op haar bodem rijpen niet volkomen uit, doch vergaan. Uit deze processen ontstaat verontreiniging. Naarmate zij vaker in zonde en ondeugden vervalt, krijgt de ziel méér te kampen met innerlijke gisting. Zij wordt ziek, en haar vruchten krijgen niet meer de zuivere voeding die zij behoeven om Gods Heilsplan 'te helpen voeden'.
Dergelijke processen moeten onder controle worden gebracht door elke inspanning van de ziel om zich te heiligen. Dit is een essentieel onderdeel van de levensopgave van elke ziel op aarde. De ziel is een Werk van God, en wordt op zeker ogenblik tot God teruggeroepen. Het is derhalve een noodzaak van Liefde, dit bouwwerk uit de hand van de Schepper in een waardige staat te houden, want de toestand ervan op het ogenblik van onze overgang naar het Ware Leven bepaalt de waarde van de bijdrage die ons leven heeft geleverd tot de voltooiing van Gods Heilsplan.
Daarom is het onterecht, de Vastentijd te ervaren als een periode van dorheid, kwelling en ontbering. Hij is integendeel een gelegenheid om door bezinning het zaad voor een complete innerlijke vernieuwing in zich op te nemen en tot bloei te brengen. De Vastentijd behoort een tijd van spirituele bloei te zijn, waarbij het onkruid van onheilzame gewoonten en fouten kan worden gewied, de stenen van remmende herinneringen uit onze bodem verwijderd kunnen worden, en de bodem van onze ziel beploegd kan worden voor een volledig nieuwe vruchtbaarheid: lente in de ziel.
Eigenlijk is er geen wezenlijk verschil tussen Vastentijd en een leven in nauwgezet toegepaste volkomen toewijding aan Maria. Een op de juiste wijze beleefde totale toewijding is een permanente uitzuivering en wedergeboorte, een afleggen van alles wat onvruchtbaar is, een voortdurende verdieping van de zelfkennis, van het inzicht in alles wat de ziel van God verwijderd houdt doordat het haar belet om de Liefde in zich tot bloei te brengen. Laten wij nooit vergeten dat elke liefdeloosheid is als een kernraket uit de hel: waar zij terechtkomt, worden harten en zielen verwoest.
De Vastentijd richt tot de ziel een drievoudige roepstem:
·                            De roep van de Eeuwige Vader, die de ziel wil herinneren aan haar hoogste afkomst en haar hoogste Bestemming;
·                            De roep van de Christus, die de ziel eraan wil herinneren dat haar grote vruchtbaarheid verborgen ligt in de mate waarin zij haar leven tot een liefdevolle spiegel van het Leven en de Kruisweg van de Messias op aarde weet te maken, en in de mate waarin zij deze roeping bekleedt met de mantel die haar vanop het Kruis is aangereikt in de woorden 'Zoon, ziedaar uw Moeder': de totale toewijding aan Maria als een voortdurend 'leven en sterven voor de medeschepselen en voor God en al Zijn Werken', daar totale, diep beleefde toewijding aan Maria een leven in de grootste zelfverloochening veronderstelt;
·                            De roep van de Heilige Geest, die de ziel wil herinneren aan de enorme rijkdommen die zij in zich heeft ontvangen en die zij tot een steeds hogere vruchtbaarheid kan brengen in de mate waarin zij haar leven oriënteert op elke inspiratie van de Goddelijke Voorzienigheid.
Deze drie roepstemmen versmelten in het zacht gefluister van de Meesteres van alle zielen, de Gezante van de Allerheiligste Drievuldigheid, die de opdracht heeft ontvangen, in elke ziel het vermogen te helpen ontplooien om haar Verlossing en heiliging te voltooien, en alle daaruit ontstane vruchten, bekleed met de oneindige macht van Haar volmaakte Liefde, te verbinden met de eeuwigdurende verdiensten van het Lijden en de Kruisdood van de Christus, tot voltooiing van Gods Heilsplan, want:
de voltooiing van Gods Heilsplan
=
de totale overwinning op alle werken van duisternis
=
de grondvesting van Gods Rijk op aarde
=
de verwezenlijking van het Messiaans tijdperk van Vrede en Liefde
Dit alles is de inzet van uw leven, en van het mijne. Deze inzet is door niemand minder dan Gods Zoon voorbereid, en wordt door tussenkomst van Maria, de Koningsdochter, doorheen alle eeuwen in elke ziel tot bloei gebracht, mits de ziel hieraan meewerkt door totale toewijding aan Haar, die ons nu bekend is gemaakt als onze Meesteres, onze Gids naar de hoogste vruchtbaarheid voor Gods Werken, die daartoe volmaakt moet worden gevolgd. Deze Vastentijd wil ons ook daaraan herinneren: Ons jawoord aan Maria, en via Haar aan God en Zijn Werken en Plannen, is de sleutel tot de hoogste vruchtbaarheid, en tot een wederopstanding, een verrijzenis voor een leven waarin de ziel waarlijk wil leven voor het Licht.
De totale toewijding aan de Meesteres van alle zielen is een permanente offerande van onze vrije wil om voortaan te leven volgens Gods Wil. Het is een afleggen van de oude mens, een afsterven aan zichzelf om over te vloeien in Maria, en via Haar in God. Inderdaad, de totale toewijding aan Maria, en de Vastentijd, hebben een zelfde oorsprong, vragen om een zelfde invulling, en streven naar de verwezenlijking van een zelfde doel. Alle Werken van God zijn één in oorsprong en bestemming.

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen:boeken: Sluier van goud)

“De vasten een gelegenheid om door bezinning het zaad voor een complete innerlijke vernieuwing in zich op te nemen en tot bloei te brengen. De Vastentijd behoort een tijd van spirituele bloei te zijn, waarbij het onkruid van onheilzame gewoonten en fouten kan worden gewied, de stenen van remmende herinneringen uit onze bodem verwijderd kunnen worden, en de bodem van onze ziel beploegd kan worden voor een volledig nieuwe vruchtbaarheid: lente in de ziel.”





vrijdag 17 februari 2017

ZONSOPGANG IN DE ZIEL

Zonsopgang in de ziel

De ziel die zich laat omvormen tot een kleine zon, geniet het voorrecht, de schatten van Gods Rijk zichtbaar te helpen maken, nadat zij zal zijn begonnen, deze in zichzelf te ontginnen. 

De macht van de satan is zo groot geworden omdat hij wegen en middelen heeft gevonden om de zielen beelden voor te spiegelen van een schijnbare 'werkelijkheid', die met Gods alomvattende realiteit nog slechts weinig te maken heeft. Anders gezegd: Hij weet talloze zielen te verblinden voor de echte Waarheid.
Er zijn vele graden van verblinding. Zolang de ziel in nederigheid open staat voor de inwerkingen van Gods Geest, en blijft erkennen dat zij niet onfeilbaar is, kan zij telkens opnieuw op de rechte weg worden geleid. Maria leert ons hoe wij boven het verduisterde, benevelde landschap van onze ziel de opgang van de zon van Gods Licht kunnen helpen bespoedigen.
Voor een echte doorbraak van de zon doorheen de nevel der verblinding moet de ziel in hoofdzaak aan de volgende drie terreinen werken:
1. Ware zelfkennis: Zeer vele zielen kennen zichzelf niet zoals zij werkelijk zijn. Velen kennen hun roeping niet, velen kennen onvoldoende hun gaven en hun tekortkomingen. Velen zijn niet in staat om hun positie binnen Gods Heilsplan te bepalen, zodat zij hun staat van genade heel verkeerd inschatten. Dit laatste is heel gevaarlijk, want de satan verblindt velen met het gif van de hoogmoed, en maakt hen hierdoor onvruchtbaar voor Gods Werken. Niets bevordert de werken der duisternis méér dan een ziel die ervan uitgaat dat zij onfeilbaar is en/of door God ver boven de anderen is geplaatst.
Zelfkennis is een genade. God had de zielen oorspronkelijk geschapen met een volkomen inzicht in hun eigen wezen en in vele elementen van de Goddelijke Mysteries. Met de erfzonde is de versluiering over vele elementen van kennis en inzicht gekomen: De ziel ziet Gods Licht als het ware doorheen glas, dat een wisselende mate van helderheid kan bezitten al naargelang de ziel zich al dan niet zuiver weet te houden.
De zekerste weg naar een zuiver inzicht in de eigen aard, eigenschappen en gesteldheden, en in datgene wat God specifiek van een ziel verwacht, begint met de totale toewijding aan Maria. Zodra de Koningin van al het geschapene en Meesteres van alle zielen waarlijk in de ziel kan heersen, voert Zij de ziel naar kennis van zichzelf, omdat de ziel zonder deze kennis vergelijkbaar is met een ballon:
·                            volgepropt met allerlei dingen waarvan de inhoud haar eigenlijk niet echt bekend is, zodat het haar voorkomt alsof zij helemaal geen inhoud heeft ('ijle lucht' die zij niet kan zien)
·                            zonder houvast en zonder echt fundament her en der zwevend op elke kracht van buitenaf, stuurloos, en
·                            heel kwetsbaar: Zoals een ballon gemakkelijk doorprikt kan worden en dan openspat, zo is de ziel zonder degelijke zelfkennis nog kwetsbaarder voor de speldenprikken der bekoringen dan zielen die degelijk beseffen wie en wat zij zijn.
Smeek Maria dagelijks om de genade van zelfkennis, opdat de warmte van Haar Hemelse Liefde de nevelen om uw ziel moge oplossen. Gebruik daartoe bijvoorbeeld meermaals de aanroepingen:
·                            "O Heilige Geest, ontsluit voor mij de diepten van mijn eigen ziel. Breng mij tot zelfkennis. Laat mij toch zien wie ik werkelijk ben" 
·                            "O Maria, leer mij de wereld, mijn leven en mijn eigen wezen zien door uw ogen"
Zodra de ziel zichzelf leert doorgronden, moet zij met Maria meewerken om zich naar een wedergeboorte te helpen leiden. Levert uw oude 'ik' totaal aan Maria over, en bid volhardend om wedergeboorte. Daartoe moet u in de eerste plaats duidelijk inzicht verwerven in uw persoonlijke behoeften. Dit brengt ons bij het tweede werkterrein:
2. Verschuiving van het accent in uw behoeften. Zielen zijn vooral kwetsbaar voor de inwerkingen van de satan op grond van hun behoefte aan een mooi zelfbeeld, en van hun vele materiële behoeften. De behoeften van de mens op aarde kunnen wij vergelijken met een gewicht dat aan zijn voeten hangt. Hoe groter de greep van een behoefte, des te zwaarder is het gewicht, zodat de ziel zich nauwelijks van de aarde kan losmaken. Het groot streefdoel bestaat hierin, deze gewichten lichter en lichter te maken, zodat zij steeds minder macht over de ziel krijgen. De weg naar de bevrijding uit de slavernij van deze behoeften bestaat uit de doorvoering van volgende maatregelen samen met, en onder de leiding van, Maria:
·                             Wapent u ertegen dat de satan zijn handtekening in uw ziel zou plaatsen. Zijn ware handtekening is de hoogmoed (de eigenschap die hemzelf ten val heeft gebracht toen hij nog een engel was.) De ziel kan verblind zijn voor zichzelf, maar gevaarlijk wordt het echt zodra de ziel in de greep van de hoogmoed komt, en steeds minder openstaat voor de mogelijkheid dat zij fouten kan maken. Went u de volgende reacties aan:
  * Hebt u iets goeds gedaan, dank dan God en Maria met de woorden: "Dank dat het mij gegeven was, uw Licht te verspreiden. Moge het uw verhevenheid verheerlijken".
  * Hebt u iets minder goeds gedaan, aarzel dan niet, uw fout toe te geven, en bid als volgt: "O Maria, bekom mij vergeving, en de kracht, de Liefde en het inzicht om deze fout niet te herhalen".
·                           
Blijf u ervan bewust, dat nederigheid de sleutel is tot vele Hemelse poorten, onder meer deze der Genaden en deze der Wijsheid, die u kunnen leren, Gods Waarheid te onderscheiden van de misleidingen der duisternis.
·                            Wapen u tegen overwicht van uw materiële behoeften (behoeften aan voedsel, bezittingen, seksualiteit, leeg vermaak, enz.) Hoe meer u de behoeften van uw lichaam en uw drang naar bezit en naar genot onder controle kunt houden, des te meer zal uw hart vrijgemaakt worden voor het schouwen van Gods bedoelingen en geheimen achter alles wat u omgeeft, des te kleiner wordt de macht van het wereldse over uw denken, voelen en verlangen, en des te minder vatbaar zult u worden voor de valstrikken der verblinding. De ziel die de schoonheden van het Licht ontdekt, verafschuwt weldra de duisternis en wordt vrij voor haar opgang naar de dingen der eeuwigheid.
3. Verandering van uw wereldbeeld. De ziel wordt gemakkelijk misleid omtrent de ware betekenis van wat zij om zich heen waarneemt. Deze vertekende waarneming is veelvuldig bron van zonden en ondeugden. Vandaar Maria’s volgende adviezen. Houd u constant voor ogen:
·                            Dat alles wat u ziet en ervaart, uitingen zijn van de strijd tussen Licht en duisternis, en derhalve juist bewijzen dat God met Zijn zielen bezig is. Talloze zielen menen onterecht dat de veelzijdige chaos in de wereld bewijst dat God Zijn Schepping in de steek laat, en dat de duisternis het laatste woord zal krijgen;
·                            Dat al uw beproevingen veldslagen zijn, en dat deze door het Ware Licht gewonnen zullen worden, op voorwaarde dat u elke beproeving in geloof en vertrouwen aan Maria toewijdt. Lever uw hele dagelijkse strijd samen met, en onder de heerschappij van, Maria;
·                            Dat alle 'achteruitgang' van de wereld moet worden beschouwd als de stuiptrekkingen van de helse slang die reeds zwaar vernederd onder de voeten van de Meesteres van alle zielen ligt. Hoe intenser uw toewijding aan Maria, des te intenser schittert Haar macht, en des te heviger de stuipen van de helse slang onder Haar voet. Deze stuipen treffen nog vele zielen, doch bewijzen in werkelijkheid de totale machteloosheid van de satan tegenover Maria;
·                            Dat uw dwalende medemens slechts een misleide ziel is, en dat hij die tegen u misdoet, zelf het eerste slachtoffer van zijn daden of woorden is. Koester jegens uw 'schuldenaren' geen wrok, doch bid voor hun bevrijding uit de greep van de satan; smeek Maria dat Zij hun hart opent voor het Ware Licht.
Leggen wij dagelijks het volgende gebed aan Maria’s voeten neer: 
"O Maria, Draagster van het allerheiligste Licht van Liefde en Wijsheid, bekom mij de genade, alle schijn van de talloze wereldse verleidingen en misleidingen te doorschouwen. Bekom mij het ware inzicht in Gods enige Waarheid. Leer mij mijn medemens, mijn leven en de wereld te zien zoals deze werkelijk zijn en zoals God hen ziet, opdat ik dit alles op de vruchtbaarst mogelijke wijze moge benaderen. Ik lever mij restloos over aan uw machtige heerschappij, opdat u mij kunt baden in de oneindige stroom van het Licht der Eeuwige Waarheid. Ik verlang zo zeer, een kleine spiegel van Gods Glorie te mogen zijn, die de Zon van de Eeuwige Wijsheid zal helpen stralen doorheen de nevelen waarmee de duisternis Gods zielen verblindt voor de enige Bron van het Ware Geluk. Verlicht daarom mijn ogen en mijn hart in de vuurgloed van uw volmaakte heiligheid, opdat ik moge zien wat werkelijk IS".

De ziel die zich laat omvormen tot een kleine zon, geniet het voorrecht, de schatten van Gods Rijk zichtbaar te helpen maken, nadat zij zal zijn begonnen, deze in zichzelf te ontginnen. 

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: Meditaties: Mariabloempjes.)

                       "O Maria, leer mij de wereld, mijn leven en mijn eigen wezen zien door uw ogen"




donderdag 16 februari 2017

VERTROUWEN EN GELOOF

 Wandeling in de Onbevlekte Tuin van Maria

VERTROUWEN EN GELOOF:

salie symbool voor vertrouwen; de eik symbool voor groot geloof


1. Verkenning van de Onbevlekte Tuin:
Hoe dieper de ziel het Paradijs van Maria mag verkennen, des te groter wordt Haar macht over de ziel. De betovering van deze Tuin van duizend wonderen is met niets te vergelijken. Oneindige schakeringen van Hemelse parfums en kleuren, rustgevende warmte, verfrissende wateren en een levenschenkende zachte bries schenken de ziel een eerste begrip van de waarheid dat het Eeuwig Leven inderdaad een onuitputtelijke bron van steeds nieuwe vervoeringen is. In de Onbevlekte Tuin zijn alle heerlijkheden uit Gods Hart verzameld: vele klaar om in de ziel te worden opgenomen en in haar tot zaad van navolging in de ware heiligheid uit te rijpen, oneindig veel méér echter verborgen, wachtend om te worden ontdekt naarmate de ziel dieper in Gods Mysteries mag doordringen.
Tussen alle heerlijkheden biedt de Onbevlekte Tuin de aanblik van de salie als symbool voor totaal vertrouwen. Van deze bloem zegden reeds de Romeinen: “Als gij salie in uw tuin hebt, hoe kunt gij dan sterven?”. De salie als symbool voor een rotsvast vertrouwen op het Eeuwig Leven, staat in Maria’s ziel symbool voor het blind en absoluut vertrouwen op de onfeilbare werking van Gods Voorzienigheid voor de zielen. Zij weet zeker dat God voor alles zorgt. Hierdoor valt Zij nooit ten prooi aan twijfel noch aan enige wanhoop. Zij kent zelfs geen vrees, want vrees is gebrek aan vertrouwen in de uiteindelijke overwinning van het Licht. In de donkerste uren van Haar leven wordt Zij niet gekweld door vrees, doch hooguit door diepe hartenpijn over de vatbaarheid van Haar medemens voor de negatieve influisteringen van de satan, waardoor veel leed over de zielen wordt gebracht.
Maria’s blind vertrouwen in Gods goede zorgen en de grenzeloosheid van Zijn Liefde zorgt ervoor dat Zij niet vlug geneigd is om alle moeilijkheden in Haar leven door eigen ingrijpen te regelen. Haar eerste reactie op elke hindernis is de vraag die Zij diep in Haar Hart stelt: Mijn God, wat verwacht U hier van Mij, welke wegen wil u Mij hiermee tonen? Wil Mij verlichten”. En Maria wacht, in de zekerheid dat Zij op Gods Tijd (hetzij onmiddellijk hetzij pas na enkele dagen of zelfs later) in de beslotenheid van Haar Hart de te volgen weg vóór Zich zal zien. Zij blijft rustig, bidt, en wacht af. Zij laat Zich niet overmeesteren door enig ongeduld noch voortvarendheid, want Zij weet dat, zolang Gods Geest Haar niet op ondubbelzinnige wijze de oplossing heeft getoond, Haar eigen ingrijpen Gods Plan zou tegenwerken. Zij weet dat God Haar een vlekkeloze Wijsheid en inzicht heeft geschonken, doch niettemin wacht Zij af tot Zij Haar beslissingen door God “voor akkoord ondertekend” weet.
Zij is totaal doordrongen van de overtuiging dat Haar gebed in afwachting van enige ontwikkeling in Haar probleem reeds het zaad uitstrooit waardoor het probleem op vruchtbare bodem zal vallen, met andere woorden: Maria sluit elke hindernis in Haar Hart, Zij verbindt het daar in gebed met God, en weet dat Gods Liefde samen met Haar gebed en Haar blind vertrouwen op Gods Voorzienigheid de oplossing zal brengen die binnen Gods Plannen en Werken het vruchtbaarst zal zijn. Het is voor Haar van ondergeschikt belang of de uiteindelijke oplossing al of niet de aangenaamste is voor Haar aardse leven, Zij weet Zich steeds getroost door de overtuiging dat God slechts doet wat voor het Eeuwig Heil van zoveel mogelijk zielen tegelijk het beste is.
Zo benadert Maria de schijnbaar uitzichtloze situaties van Haar leven. Na de onbeschrijflijke vervoering van de aankondiging van de Menswording van de Messias in Haar Schoot glijdt de geest van het jonge meisje even af naar de organisatie van Haar eerstvolgende levensperiode. Hoe zal Haar omgeving reageren? Diep in Haar Hart weet Zij dat God Haar de weg zal tonen die Zij moet bewandelen met Haar levensgezel Jozef. Zij weet ook dat hij zware kwellingen zal ondergaan, en menselijkerwijs in een verschrikkelijke strijd over Haar en zijn leven met Haar terecht zal komen. In diepe, onzelfzuchtige Liefde offert Zij dit vooruitzicht van diepe hartenpijnen op aan God en verzekert Zij Hem dat Zij zonder aarzelen de beproeving zal doorstaan, wetende dat Hij toch niets dan het beste met Haar en met Jozef voorheeft. Hoe zou de Eeuwige Wijsheid Haar het Moederschap over de Messias toevertrouwen en Haar een zo geschikte gezel als Jozef op de levensweg brengen, om daarna dit werelds probleem onopgelost te laten?
Wanneer Zij jaren later Kroongetuige is van de Kruisdood van de Verlosser, wordt Zij buitengewoon zwaar bekoord over de realiteit van de verwachte Verrijzenis, want voor de ogen der wereld is dit vooruitzicht niet zeer realistisch, doch opnieuw heerst bij Maria dat ongeloof in de mogelijkheid dat God op dat punt zou falen. In al Haar Smart is Zij diegene die Haar dichte omgeving moet sterken in het vertrouwen in de Opstanding.
Gelijkaardige situaties doen zich ook later nog voor, wanneer de jonge Kerk na het heengaan van Jezus haar eerste groeicrisissen beleeft en Maria deze zaken in blind vertrouwen in Gods handen legt om op Zijn Tijd opgelost te worden. Zij zal hetzelfde doen in Efese, waar Zij ervaart hoe de predikingen van Johannes en ook van Paulus moeten optornen tegen hardnekkig heidendom en bijgeloof.
Maria’s blind vertrouwen in de Goddelijke Voorzienigheid blijkt samen met Haar onbevlekte Liefde spoedig de basis te vormen van Haar totale onzelfzuchtigheid. Haar hele leven lang zal Zij Zichzelf totaal wegcijferen voor de noden van Haar medeschepselen (mens en dier), in de vaste overtuiging dat Haar eigen welbevinden in dit stoffelijk leven volkomen in Gods handen ligt. Haar blik blijft daarbij zozeer op het Hemelse gericht dat geen wereldse invloed de macht bezit om Haar diep te beïnvloeden. Haar leven lang ziet Maria alles wat reilt en zeilt in de wereld om Haar heen, en op Haar eigen levensweg, als de bouw aan een weg waarop de details geen enkele betekenis hebben doch die als geheel zal leiden naar de bestemming die in Gods Plan van Bestemming is voorzien.
Zij put uit deze beschouwing een onmetelijke rust. Geen enkele tegenslag ziet Zij aldus als absoluut (als iets dat een eigen leven kan of mag leiden en op zichzelf definitief is), doch als een passage, een noodzakelijke overgang naar iets anders. Zij ziet de tegenwind op Haar levensweg als een toestand die door de ziel optimaal benut moet worden om verdiensten te verwerven en genaden af te kopen voor de ontwikkeling naar een nieuwe toestand die de verwezenlijking van Gods Plannen mogelijk maakt. Hierdoor slaagt Zij erin om alles van harte te omhelzen en Haar vertrouwen en geloof niet te laten wankelen.
In de Onbevlekte Tuin ziet de ziel eveneens de indrukwekkende aanwezigheid van de eik, de koning van de loofbomen en machtig symbool voor het geloof dat in Maria de absolute top heeft bereikt. In feite is het voor Maria vrijwel onmogelijk om niet volmaakt te geloven, aangezien Zij een leven leidt dat totaal doorweven is met mystiek (rechtstreeks contact met het bovenwereldse, het Hemelse, het Goddelijke dat niet met de lichamelijke zintuigen waarneembaar is): Zij is door God bevrucht met een oneindige reeks waarlijk Goddelijke eigenschappen, aan Haar wordt de Hemelse Bruiloft met de Heilige Geest voltrokken, en Zij wordt Draagster van Gods Zoon, met wie Zij een volkomen eenheid van Hart zal ervaren. Ontelbare Hemelse visioenen en Goddelijke onderrichtingen worden als bloemen in Haar Hart gestrooid, en Zij leeft constant op een niveau dat ver boven het wereldse is verheven.
Niettemin wordt Maria in een onvoorstelbare mate door de satan (rechtstreeks zowel als via mensen) aangevallen op elk ogenblik waarop de omstandigheden het schijnbaar onzinnig maken om te geloven in het feit dat God bezig is, in diezelfde omstandigheden Zijn Werken te volbrengen.
Maria is bekleed met een Hemels verstand en ontelbare andere buitengewone gaven en unieke eigenschappen, zodat Zij reeds als heel klein meisje de aandacht van de grote bekoorder trekt. Wanneer hij het meisje tracht aan te sporen tot de gebruikelijke kinderzonden (ongehoorzaamheid, weerspannigheid, nukkigheid, kattenkwaad en zovele andere), begint Zij eenvoudigweg tot engelen of tot God Zelf te spreken, met een Liefde en een inzicht die zo ongewoon zijn dat de satan totaal geen vat op Haar krijgt. Dit kind is niet alleen een toonbeeld van braafheid en lieftalligheid, bovendien bedrijft Zij zelfs reeds op de leeftijd van slechts enkele jaren naastenliefde op een wijze die vele toeschouwers met verstomming slaat.
Zij deelt alles met arme bejaarde mensen en arme kinderen, Zij troost kinderen met woorden waarvan geen mens begrijpt waar Zij deze vandaan haalt, Zij verzorgt gewonde medeschepselen (kinderen en dieren, zelfs vertrapte planten) met een buitengewoon vertederende Liefde, zodat Zij in Haar dorp wordt beschouwd als een kleine levende zonnestraal. Wat de satan echter het meest in de war brengt, is de ervaring van zijn onmacht jegens Haar: het komt voor dat dit meisje zijn aanwezigheid daadwerkelijk ziet, dat Zij tot hem zegt dat Zij merkt dat hij niet de Liefde bezit die God in alle goede schepselen heeft gelegd, en dat hij dus niet van Gods wege naar Haar toe is gekomen, en dat Zij hem dan beveelt om zich van Haar te verwijderen. De bekoorder ziet vóór zich een meisje dat niet aangetast wil worden, dat geen werken wil doen die niet Gods Licht in zich dragen, en dat op hem overkomt als een burcht van geloof in God en vertrouwen op God. Het verwart hem dat hij in Haar nabijheid geen enkele kracht meer lijkt te bezitten.
Weinige jaren later, als tempelmaagd van ongeveer twaalf jaar oud, zal Maria tijdens de nacht, terwijl Zij boete verricht voor de bespoediging van de bevrijding van het volk van Israël door de Messias, in Haar kamer een duivel op bezoek krijgen die Haar poogt te ontmoedigen en uit te putten, en zal Zij hem bevelen om ter ere Gods op zijn knieën te gaan zitten tot Zij hem de toelating geeft om op te staan. Ondanks al zijn pogingen heeft hij niet de kracht om zich te verzetten, knielt hij neer, en wanneer Zij een uur later Haar hand in zijn richting uitstrekt en hem beveelt om te gaan in de Naam van de God van Israël, vlucht hij ijlings weg. Haar macht over hem was zo totaal omdat Zij rotsvast geloofde dat God in Haar was op elk ogenblik waarop Zij Zijn Werken deed, en Zij beschouwde het verlammen van een ziel die volkomen dood is voor de Liefde, als Gods Werk.


Haar geloof in God is zo extreem dat Zij tijdens contact met Gods grote vijand totaal lijkt te veranderen in vleesgeworden Goddelijke Gerechtigheid. Deze vaststelling komt volmaakt overeen met de visioenen die de Onbevlekte Meesteres mij nu en dan vergunt in het kader van Haar Openbaringen als Meesteres van alle zielen.
Deze eik is onschendbaar en onaantastbaar, en evenals de salie bekleedt met de volheid van het Goddelijk Leven. Zelfs de bliksems van de zwaarste beproevingen op Haar levensweg zullen Haar geloof niet kunnen splijten, want in deze Hemelse Burcht zijn het geloof en het vertrouwen in Gods Werking ingebouwd als een fundering die nooit zal wankelen. Haar geloof en vertrouwen zijn totaal omdat Zijzelf uit Liefde tot God heeft gewild dat zij totaal zouden zijn, als een eeuwigdurende verheerlijking aan Zijn Voorzienigheid, waarmee Hij alle levenspaden tekent en alle voeten op deze paden wil besturen.
Maria is een levende les voor de mate waarin de stenen van twijfel, onzekerheid, gepieker, zorgen en vrees op de levensweg verpulveren tot stof onder de voeten van de ziel die zo totaal op God vertrouwt en in Hem gelooft dat zij één wordt met Zijn kracht. In de Onbevlekte Tuin wordt duidelijk hoe waar het zou zijn om te zeggen: “Als gij het vertrouwen (op God) in uw tuin hebt, hoe kunt gij dan (in de ziel) sterven?”, En hoe onwankelbaar de ziel wordt wier geloof in God zo sterk is als een eik: bestand tegen alle stormen zolang hij gezond en goed gevoed blijft, en door God begiftigd met een levensduur die over het algemeen deze van het lichamelijk leven van de mens ver overtreft.
2. Bevruchting van de ziel in de Onbevlekte Tuin
Ik laat mij in verrukking brengen door de eindeloze schoonheden in de Onbevlekte Tuin van Maria, die een rotsvast vertrouwen en onwankelbaar geloof uitstraalt. Ik bied Haar mijn hart aan, opdat ik klaar moge zijn om totaal in Haar te worden opgenomen. Ik verlang zozeer dat de heerlijkheden van de Lusttuin van de Allerheiligste Drievuldigheid in mij kunnen overvloeien.
“O Maria, Onbevlekte Koningin van tijd en eeuwigheid, hoezeer verlang ik, in uw Tuin bevrucht te mogen worden met het zaad van Goddelijk Leven.
Mag ik drinken uit de bronnen van uw onovertroffen heiligheid.
Mag ik eten van de vruchten van uw deugden.
Mag ik mij reinigen met de dauw van de Heilige Geest.
Mag ik delen in de verrukkingen van uw schoonheid van hart en ziel.
Mag ik de bescherming genieten van uw macht over alle bekoring en zonde.
Mag ik in u opgericht worden in de bries der Eeuwige Waarheid.
Wil mij genezen van de zwakheid van mijn gewonde ziel.
O Onbevlekte Tuin uit Gods hand, wil mij de volkomen eenheid met u bekomen, opdat ik in uw navolging moge worden tot beeld en gelijkenis van God".
“O Onbevlekte Tuin uit Gods hand, wil mij de volkomen eenheid met u bekomen.”


O Spiegel van Gods Licht, tijdens het verblijf in uw Onbevlekte Tuin mag ik de bloemen en vruchten schouwen die de arme tuin van mijn ziel nodig heeft om gezond en vruchtbaar te worden en te blijven. Ik smeek u, te mogen  delen in uw zaad van Goddelijk Leven:
1.                       Meesteres van mijn ziel, geen enkele van uw ontelbare beproevingen kon uw geloof in Gods heilzame Werken in uw leven doen wankelen. Ik smeek u, beziel mij volkomen met uw geest, opdat de beproevingen van mijn levensweg mij niet kunnen doen twijfelen aan Gods werking in de wereld en in mij.
2.                       Meesteres van mijn ziel, u had steeds oog voor de werking van de Goddelijke Voorzienigheid in uw leven en in het leven van alle zielen. Ik smeek u, leer mij leven vanuit de overtuiging dat God mijn leven steeds in goede banen leidt via de tussenkomst van Zijn onfeilbare Voorzienigheid.
3.                       Meesteres van mijn ziel, u wist dat God onzichtbaar werkt doorheen alles wat de ziel op haar levensreis ontmoet. Ik smeek u, leer mij zien dat God werkt doorheen de woorden en daden van alle zielen die het goed met mij menen.
4.                       Meesteres van mijn ziel, nooit hebt u uw ogen afgewend van de Bron van alle goeds: de ene ware God. Ik smeek u, ontkracht in mij elke neiging om in de beproevingen en de vragen op mijn levensweg mijn vertrouwen te stellen in krachten die niet van God uitgaan of die bedoeld zijn om God te vervangen.
5.                       Meesteres van mijn ziel, u wist dat God de enige ware kracht in het leven is, en dat Zijn Verordeningen en Zijn enige ware Leer de Wet van het Leven vormen. Ik smeek u, verlicht mijn geest, opdat ik nooit gedachtegoed zou najagen dat mij wegleidt van de ene Waarheid van God.
6.                       Meesteres van mijn ziel, uw enige betrachting was, uw roeping te vervullen om Gods Werken te volbrengen, zonder enige zorg voor uw eigen noden. Ik smeek u, bevrucht mij met de stille zekerheid dat God voor alles in mijn leven zorgt, zodra ik mij vóór alles inzet voor Zijn Werken en Plannen.
7.                       Meesteres van mijn ziel, geen tegenwind kon uw innerlijke rust verstoren. Ik smeek u, geef dat ik mij nooit zorgen zou maken over de hindernissen en beproevingen op mijn levensweg, want het zal mij nooit ontbreken aan Gods kracht en aan uw bijstand.
8.                       Meesteres van mijn ziel, u hebt alle wereldse stormen beheerst door de vredige berusting van uw Hart in Gods Werken. Ik smeek u, sta niet toe dat ik mijzelf ten prooi laat vallen aan de angsten, onrust en onzekerheden die de moderne samenleving in de zielen schept omdat zij God heeft uitgebannen.
9.                       Meesteres van mijn ziel, u leefde van uur tot uur, in totale bereidheid om te dienen waar God u nodig had. Ik smeek u, bevrijd mij van de neiging om mijn hele leven zelf uit te stippelen en te plannen, in plaats van Gods Voorzienigheid de vrijheid te geven om mij elk ogenblik te leiden waar ik moet zijn.
3. Bloei van de eigen tuin – Maria’s lente in de ziel
In het geloof en het vertrouwen in God wordt de ziel als het ware een tweede maal geboren: zij sterft aan de wereld en zijn zinloze bedreigingen van het gemoed, en verrijst uit deze as als een wezen dat een Hemelse rust en een Vrede in zich ervaart, die bij elke beproeving, bij elke tegenwind, bij elke tegenslag of verlies verwijst naar de Bron van alle Leven, van alle Verlossing en heiliging, als de Oorsprong en de Eindbestemming van alles. Uit Hem stroomt alles wat het levenspad kruist, dus is het logisch dat uit Hem ook de zingeving voor dit alles stroomt.
Waarom zou de ziel zichzelf dan eindeloos kwellen met vragen waarop het antwoord voor alle eeuwen geborgen ligt in Gods Plan van Heil en Liefde voor alle zielen? De eik en de salie in de Onbevlekte Tuin lijken tot de ziel te fluisteren: “Zeg ons na: God heeft het zo voor mij voorzien, en mijn Meesteres heeft het voor mij gewild en op mijn levensweg gestalte gegeven, dat is voor mij genoeg. Elke bijkomende gedachte is diefstal van tijd en krachten die God alleen toebehoren”.
Het is de plicht van elke ziel, de rust en Vrede te verwerven die door het geloof en het vertrouwen in Gods Werken in haar eigen leven en in alle eeuwen worden uitgezaaid. Slechts door deze rust, Vrede en onverstoorbaarheid zal de ziel de werken kunnen volbrengen, waartoe zij via haar levensroeping is bestemd, zodat de Goddelijke Wijsheid zal oordelen dat zij de gaven die haar zijn geschonken en de tijd die haar op aarde is toegemeten, optimaal heeft benut.
Laat de Meesteres van alle zielen uw grond bewerken opdat dit zaad in u tot rijping kan komen:
1.                       Overwegingen tot sterking van het geloof. Indien God NIET zou bestaan, en niet werkzaam zou zijn, hoe zou men dan kunnen verklaren:

* de schepping en het bestaan van elk afzonderlijk dier, elke bloem, elke plant, elke planeet, elke ster, enzovoort...

* de buitengewone Intelligentie en Wijsheid die binnen de Schepping duidelijk alles regelt en stuurt, bijvoorbeeld de ontelbare sterren en planetenstelsels: alles is in beweging, en toch komt in normale omstandigheden niets in botsing met iets anders, en heersen in dit alles welbepaalde wetten, waarvan een aantal zelfs wiskundig en natuurkundig aangetoond en berekend kunnen worden;

* het geniale systeem van het menselijk lichaam: alle weefsels, organen, en hun afzonderlijke werking evenals hun onderlinge samenwerking en wisselwerkingen, en binnen het geheel de stofwisseling met zijn vele duizenden soorten reacties. Bedenk hierbij dat het menselijk lichaam slechts één voorbeeld vormt onder vele miljoenen verschillende soorten organismen;

* de ontelbare voorbeelden, in een mensenleven, voor het feit dat niets “zo maar” gebeurt: van talloze gebeurtenissen in elk mensenleven blijkt achteraf dat zij niet toevallig hebben plaatsgevonden, en dat ook het ogenblik waarop zij hebben plaatsgevonden, geen toeval was. Alles “klikt in elkaar” als miljarden radertjes in een reusachtige machine, bestuurd door de Goddelijke Voorzienigheid, met als enige stoorfactor: de vrije wil van de mens met zijn verleidbaarheden, zijn twijfels, zijn angsten en zijn nastreven van eigen kortstondig genot en voordeel;

* het feit dat zovele planten geneeskracht bezitten. Geen mens kan die genezende kracht in die betreffende planten stoppen, zij bezitten deze uit zichzelf, en vaak achterhaalt de mens dit feit pas zovele eeuwen na de schepping van deze planten;

* de instinctieve gedragspatronen van elke afzonderlijke diersoort, en de wijze waarop deze dieren deze gedragingen reeds spoedig na hun geboorte vertonen: wie heeft hen dit alles (dat zo abstract is) geleerd, tenzij een Wijsheid en Intelligentie die niet van deze wereld zijn?
2.                       Schep in uzelf de noodzakelijke basis voor oprecht vertrouwen door elke hindernis of beproeving op uw dagelijkse weg te benaderen op een POSITIEVE wijze. Verwacht bij voorbaat een gunstige afloop. Besef dat alle gepieker niets anders is dan tijd die u van God rooft, want gedurende uw gepieker kan Hij u voor niets anders gebruiken (piekeren sluit het hart af voor ware bezieling door de Heilige Geest; precies om deze reden is een negatief ingestelde of een piekerende ziel zo gauw geneigd tot ontmoediging, lusteloosheid, allerlei twijfel en zelfs doemdenken, en loopt zij het risico om de armen te laten hangen in de overtuiging dat alles zinloos is want “dat God haar verlaten heeft.”)

Zeg tot Maria: Meesteres van mijn levensweg, ik leg mijn beproevingen in uw handen. Ik vertrouw op uw vlekkeloze Liefde voor mij. Wat er ook moge gebeuren, ik vertrouw dat het voor mijn Eeuwig Heil het beste zal zijn”.

U zult merken dat u op termijn steeds rustiger zult worden onder alle beproevingen, want u zult niet langer gespannen zijn over het verloop en de uiteindelijke afloop ervan. Laat hierbij diep in u doordringen dat de macht van God en van Maria oneindig is, evenals Hun Liefde voor u, en dat datgene wat uiteindelijk zal gebeuren, door Hen zo beschikt zal zijn omdat het voor uw Eeuwig Zielenheil het beste is. Dit is Gods (en dus ook Maria’s) ENIGE betrachting: dat de ziel tot maximale ontplooiing komt, voor het Eeuwig Leven. Soms moeten hiervoor elementen van het aardse leven opgeofferd worden of bepaalde verlangens hier op aarde onverhoord blijven, doch de overgave en aanvaarding hiervan bevat het zaad voor uw Eeuwige Gelukzaligheid daarna. 

Stel uzelf deze vraag: Waarom zou God uw ziel scheppen om haar daarna in de steek te laten?
BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: Boeken: wedergeboorte van het aards paradijs.)






maandag 13 februari 2017

MARIA MOEDER VAN TRANEN


 

 MARIA MOEDER VAN TRANEN


(20 februari)

“Bij Haar verschijning in La Salette (19/9/1846) weende Maria bittere tranen.”

 


 

Overweging:
Vandaag gedenken wij Maria als de Moeder van Tranen. Tranen verwijzen naar verdriet. In de mystieke beleving is eveneens het wenen van liefdesverrukking bekend. In de beide gevallen gaat het om een reinigingsmechanisme van de ziel, die – afgezien van het wenen om een verlies – in de spirituele zin tranen kan storten:

·                            Uit rouwmoedigheid, wegens het besef van eigen zonden;

·                            Uit de ervaring van smart om de zonden en de liefdeloosheid van de zielen in het algemeen.

In de beide gevallen is de uiteindelijke oorzaak van dit wenen de Liefde, die als Goddelijke kracht de ziel wil brengen tot een vorm van vergoeding voor elk gebrek aan Liefde in de Schepping. De ziel weent, hetzij in zichtbare tranen hetzij diep innerlijk, om het besef dat God, de Bron en Belichaming van alle Liefde, door één of meer zielen niet volkomen is bemind.

In de Allerheiligste Maagd en Moeder van Smarten was geen sprake van eigen zonde, daar Zij onbevlekt ontvangen was, en precies op grond van Haar absoluut volmaakte Liefde tot God, tot Gods Werken en Plannen, en tot al Haar medeschepselen, elk ogenblik van Haar leven op aarde heeft doorgebracht in de volhardende Wil om niet de geringste zonde te bedrijven.

Maria heeft Haar hele leven lang heel veel Tranen gestort, niet – zoals de mens zich dit vaak zo menselijk voorstelt – om heel menselijke redenen zoals het vooruitzicht van een leven vol leed of de vaststelling van het feit dat Haar Zoon ter dood werd veroordeeld en vóór Haar ogen een volgens menselijk aanvoelen onrechtvaardige dood stierf, doch vanuit diepmystieke inzichten in verband met de onveranderlijke zondigheid van de zielen, die Gods Hart zoveel leed berokkende, en doorheen alle eeuwen zou blijven berokkenen.

Hoe is het mogelijk dat de Heilige Maagd nu nog steeds weent? Het menselijk verstand kan niet begrijpen hoe de Gelukzaligheid van de Hemel verenigbaar kan zijn met tranen. Dit wordt echter ten volle begrijpelijk wanneer wij weten dat de Koningin des Hemels op grond van een Goddelijk Mysterie de harten, geesten en lichamen van alle schepselen exact en volmaakt aanvoelt, evenals alle gesteldheden van gebrek aan Liefde tot God, tot Zijn Werken en tot de medeschepselen. In Haar weent een Hart dat dagelijks miljarden malen op de brutaalste wijze wordt gewond door elke uiting van liefdeloosheid op deze wereld jegens God, jegens de medemens, jegens de dieren, jegens de hele Schepping als Liefdeswerk van God. Maria is de absoluut volmaakte Liefde. In elke gesteldheid die van deze volkomen Liefde afwijkt, ervaart Zij een werk van duisternis, de duisternis die ooit de Godmens aan het Kruis heeft gebracht.

Hoe kunnen wij waarlijk hulde brengen aan de Moeder van Tranen? In ons hart meeleven met Haar Smarten, is ongetwijfeld deugdzaam en troostend, doch in spiritueel opzicht op zich relatief weinig vruchtbaar. Wat God werkelijk van de zielen verlangt, is een verdieping die hen ertoe brengt, te beseffen dat Maria, evenals Jezus, in Haar aardse Lijden en Smarten uitsluitend en alleen Slachtoffer was van de zondenlast die door de hele mensheid in alle eeuwen is en nog steeds wordt verzameld.

De Moeder van Tranen tracht onophoudelijk, de harten tot het inzicht te brengen, dat de ziel slechts een Ware Liefde tot God, tot Jezus, tot Maria, tot Gods Werken en Plannen, en tot alle medeschepselen, kan bewijzen door een leven van volhardende inspanning om te bloeien in alle deugden en om alle zonde en dwaling uit de weg te gaan.

Zonde is het absolute tegendeel van Ware Liefde: Zonde is overtreding van Gods Wetten, doordat de ziel toegeeft aan een bekoring. De bekoring is een inspiratie vanwege de duisternis, die de ziel:

·                            Ertoe wil aansporen, iets te doen, zeggen, denken, voelen of willen, dat niet overeenstemt met Gods Wet. Gods Wet is het geheel van Zijn Voorschriften via dewelke Hij alle zielen naar een gedrag wil leiden, dat hun het Heil en aldus de Eeuwige Gelukzaligheid brengt, of

·                            ertoe wil aansporen, iets te verzuimen dat zij juist wèl zou moeten doen om Gods Werken en Plannen en haar eigen heiliging naar hun voltooiing te helpen brengen.

De Moeder van Tranen weent niet om het Lijden op zich, Zij weent om elke zonde, want het zijn de ontelbare zonden van alle tijden die het Lijden van de Christus noodzakelijk hebben gemaakt, en die ook nu nog, twintig eeuwen na Zijn verlossende Kruisdood, de mensheid vasthouden in de ellende en duisternis, die duizenden gezichten heeft.

De Tranen van Maria zullen blijven vloeien tot voldoende zielen door een volhardende strijd tegen de innerlijke vijand bewijzen, zich te willen vervolmaken in de Ware Liefde tot God, tot Jezus, tot Maria, tot Gods Werken en Plannen, en tot alle medeschepselen. De vruchtbaarste wegen via dewelke deze strijd gewonnen kan worden, leert Zij de zielen als Meesteres van alle zielen in de Wetenschap van het Goddelijk Leven. Het machtigste wapen in deze strijd is de totale toewijding aan de Meesteres van alle zielen, die op grond van alle aan Haar toegewijde inspanningen in de strijd tegen de duisternis, de prins der duisternis onder Haar voet voorgoed zal vernederen en overwinnen. De overwinning van de Meesteres, de Vrouw, is ons door God beloofd, en moet door ons leven in toewijding van al onze beproevingen worden afgekocht. Via de toewijding van ons leed, onze beproevingen en onze tranen aan Maria, zal Zij de afgronden van duisternis en zonde verzegelen met de zegels van het Kruis van Jezus Christus, van Haar Onbevlekte Ontvangenis en van Haar eeuwigdurende zondeloosheid. Dan zullen Haar Tranen voorgoed in Gods Hart worden begraven.

 

BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: Boeken:  Sluier van goud)

http://www.maria-domina-animarum.net/

 

“In Maria weent een Hart dat dagelijks miljarden malen op de brutaalste wijze wordt gewond door elke uiting van liefdeloosheid op deze wereld jegens God, jegens de medemens, jegens de dieren, jegens de hele Schepping als Liefdeswerk van God.”