zondag 30 oktober 2016

WINTERMEDITATIE

WINTERMEDITATIE



Korte beschouwing geïnspireerd door de Meesteres van alle zielen


De winter is het donker seizoen. De dagen kwijnen weg zoals niets, en lijken te smachten naar hun wederopstanding. Zelfs de zon vermag het niet, ons van haar kracht te overtuigen. Zoals steeds herinnert God in de winterse duisternis aan de macht van het Licht. In dit wonderbaar gedeelte van de werkelijkheid dat wij tijdens ons aardse leven nog niet onbeperkt mogen waarnemen, wordt de winter door twee wonderen van spiritueel Licht vervuld en gedragen: Maria’s Onbevlekte Ontvangenis, en de Geboorte van het Licht der wereld, de beide noodzakelijke onderdelen van Gods antwoord op de duisternis van de erfzonde. Met de geboorte van het Licht der wereld zou men tevens het bijkomend Mysterie van het Goddelijk Moederschap van de Moeder Gods kunnen verbinden. Stuk voor stuk bewijzen voor het feit dat God Zich wel degelijk onbeperkt over de mensenzielen ontfermt, en wel in een zodanige mate, dat Hij Godheid en menselijke natuur voortdurend met elkaar in aanraking wil brengen. Sommige van deze aanrakingen bepalen echter de ontwikkeling van de hele heilsgeschiedenis...
Maria zou de Moeder van de Verlosser worden. De Verlosser kon en mocht in Zijn Godheid slechts door een vlekkeloos Tabernakel worden omvat. Geen menselijk wezen kan van nature aan deze voorwaarde voldoen. Niettemin moest de Messias uit een vrouw ter wereld worden gebracht, opdat Hij het menszijn vanaf de allereerste fasen ervan zou kunnen doorleven, anders zou de Verlossing niet volkomen zijn. Dus bekleedde God Maria met het heiligste goud van de Onbevlekte Ontvangenis, die Haar tot een levend Tabernakel maakte, een machtige burcht tegen de duisternis, groot Teken van belofte voor alle zielen. Toen aan de ziel van de latere Moeder Gods de Onbevlekte Ontvangenis werd verleend, werden de regionen der hel door bliksems doorkliefd: symbool voor het feit dat de macht der duisternis over de zielen voortaan niet meer onverdeeld zou zijn.
Met Maria’s Onbevlekte Ontvangenis zou voor de mensheid een nieuw tijdperk beginnen. Aan de duivel werd meteen een mensenziel voorgehouden die niet alleen de ongeschonden heiligheid van de ziel van vóór de erfzonde bezat, doch die tevens machtiger dan elke bekoring en misleiding bleek: Maria liet Haar vrije menselijke Wil zo totaal in Gods Wil overvloeien dat Zij precies wilde wat God wil, en precies verafschuwde wat God verafschuwt. De satan vond aldus in Haar een ziel die in de ware zin van het woord het “beeld en gelijkenis van God” vertegenwoordigt. De uiteindelijke bestemming van elke mensenziel werd door de satan in deze onbevlekte ziel in reeds absoluut verwezenlijkte staat aangetroffen. Hoeft het ons dan te verbazen dat “De Vrouw” de satan een zo geweldige aanstoot was, is en steeds zal blijven? In Haar is hij voorgoed vernederd, en Zij zal deze vernedering op kracht van Gods Wil ook voor de hele Schepping zichtbaar voltrekken in het uur waarin Haar voet, die hoe dan ook van in den beginne met hem heeft gespeeld, hem definitief in de grond zal drukken, waar hij geen ziel meer van God zal verwijderen.
Deze volkomen heilige ziel, levende en eeuwigdurende Explosie van Goddelijk Licht, zou nu de bodem zijn, in dewelke de Goddelijke Graanhalm Christus zou groeien opdat Hij Gods Heilsplan een Lichaam zou kunnen aanbieden, dat door Zijn restloze zelfgave het doodsvonnis over het rijk der duisternis zou uitspreken. Zo bereidde God de Geboorte van het Licht der wereld in de schoot van een mensenziel voor. Welk teken heeft God hier jegens de duivel gesteld om deze laatstgenoemde erop te wijzen dat Hij de zielen ondanks hun ongehoorzaamheid door de zonde nooit in de steek zou laten.
Dit alles heeft God voor de zielen bereid als een begin van het grootste Mysterie van Liefde, en nog wel in de donkerste tijd van het jaar. De ontwikkeling van Gods Heilsplan is volkomen gebaseerd op een wisselwerking tussen God en de zielen. God werkt door zielen heen, en de verwezenlijking van alles wat het volkomen Heil van de zielen naderbij kan brengen, moet gebeuren via de inzet van de zielen, die een leven in deugdzaamheid en in volkomen toewijding aan God leiden. De ziel kan haar leven geen vorm geven in het Licht indien zij niet elk teken van Licht dat God haar voorhoudt, weet te benutten.
Het geheim van een volkomen vruchtbaar leven ligt in het rotsvast geloof in de Verlossingswerken van Christus. Men kan deze Werken echter niet erkennen en tezelfdertijd de door God gekozen fundering ervan miskennen, op dewelke deze Werken voltrokken zijn: Maria, de Onbevlekte Ontvangenis. Ik herinner graag aan de gelijkenis in dewelke de Meesteres van alle zielen ooit Jezus vergeleek met de zon, en Zichzelf met de zonnestralen, en de vraag suggereerde of men wel in het bestaan en de werking van de zon kan geloven en tezelfdertijd het bestaan en de werking van de stralen van de zon kan verloochenen.
In de winter worden de dagen opvallend korter, het licht wordt schaars. Nochtans draagt de christen in het hart deze wonderbare kiem van Goddelijk Licht, die uitgerekend in de vroege winter het wezen van zijn christen-zijn tot uitdrukking brengt: de komst van het Licht, waaraan de ziel reeds in de Onbevlekte Ontvangenis van de Moeder Gods wordt herinnerd, en dat haar in de hoogheilige nacht van de Geboorte van Jezus in het bewustzijn roept dat de ziel voor het ware Licht wordt geboren, dit permanent in zich behoort te dragen zoals Maria het in Zich heeft gedragen, en het in zichzelf steeds opnieuw geboren moet laten worden, niet omdat het intussen zou sterven of onwerkzaam zou worden, doch omdat al het Goddelijke zich steeds opnieuw met de menselijke wil moet verbinden opdat het in de ziel ten volle werkzaam zou blijven.
In deze voortdurende wisselwerking met God en met de onophoudelijke belijdenis ten voordele van Gods Werken worden in de ziel de winter van de onvruchtbaarheid en de hartenkoude evenals de duisternis van de voortdurende bekoring en dwaling bedwongen. Dit alles veronderstelt bij de ziel Liefde en de wil om zich in dienst van Gods Werken te stellen. De Liefde is daarbij de warmte van hart, terwijl de wil om zich in dienst van Gods Werken te stellen, het Licht van de belofte van een nieuwe lente in de ziel brengt.
Aan de ziel die bewust doorheen de winter gaat in vurig verlangen naar de Geboorte van het Licht, ook in zichzelf, en in het bewust bestreven om haar bodem voor de genadegeschenken van het nieuwe leven in de komende lente te ontsluiten, wordt het gemakkelijker gegeven, de geheimen van Licht en duisternis stap voor stap te doorgronden. Zij zal ook de diepere zin van het leven als voortdurende strijd tegen de duisternis in de eigen ziel en tegen de bedreigingen vanwege de duisternis leren bevatten.
Precies dit begrip versterkt in sommige zielen het vermogen om God en Zijn Werken waarlijk lief te hebben. In de ziel die oprecht, d.w.z. onzelfzuchtig, kan liefhebben, wordt het nooit echt winter. In haar bodem bevriezen nooit de zaadjes van de genade die God voor haar bereidt; zij worden voortdurend tot rijping gebracht en in de steeds bloeiende ziel ingebouwd. Zo kan in deze ziel Christus steeds opnieuw geboren worden. God is Liefde, slechts de Liefde leidt naar God, en slechts in de liefhebbende ziel kan God Zijn wonderen voltrekken. Dat wil Hij in ieder van ons ook in deze Winter doen.

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat (zie onderrichtingen: meditaties: winterbeschouwing.)


Aan de ziel die bewust doorheen de winter gaat in vurig verlangen naar de Geboorte van het Licht, ook in zichzelf, en in het bewust bestreven om haar bodem voor de genadegeschenken van het nieuwe leven in de komende lente te ontsluiten, wordt het gemakkelijker gegeven, de geheimen van Licht en duisternis stap voor stap te doorgronden. Zij zal ook de diepere zin van het leven als voortdurende strijd tegen de duisternis in de eigen ziel en tegen de bedreigingen vanwege de duisternis leren bevatten.






zondag 9 oktober 2016

ZUIVERHEID

Wandeling in de Onbevlekte tuin van Maria (ter voorbereiding op de gedachtenis van Maria Koningin van de Zuiverheid op 16 oktober)

ZUIVERHEID:



In Galilea bloeit een Bloem van nooit geziene schoonheid. Ondanks Haar bevalligheid trekt Zij weinig aandacht, omdat Gods Geest de ware diepgang van Haar schoonheden verborgen houdt voor harten die versluierd zijn door zonde en ondeugd. In deze Bloem heeft God ongekende schatten gelegd. God Zelf heeft Zich in de aanschouwing van Haar schoonheid van eindeloze, eeuwigdurende verrukkingen verzekerd, omdat Hij deze door de zondeval van het eerste mensenpaar op aarde nooit meer zou vinden. Hij die alles maakt en alles kent, ervaart niettemin in Haar Zijn opperste vreugde.
Hij heeft Haar geschapen als een Bloem die zich opent, laag na laag, in een eeuwigdurende ontvouwing van schoonheden. Eén Bloem waarin eindeloze tuinen van Mysteries tot rijping zijn gebracht in één scheppingsdaad. De pracht, de geuren en de Glorie van de Schepper Zelf stromen zonder ophouden uit Haar als uit een nooit opdrogende bron. In Haar beleeft de Schepper de diepste verrukkingen van Zijn eigen handen. In Haar heeft Hij de onvergankelijkheid van oneindig bloeiende Goddelijke Mysteries gelegd, in de stoffelijke mantel van een vrouw die de Moeder van Zijn mensgeworden Zoon zal worden. Hij vervult Haar met Zijn Liefde, Zijn macht, Zijn Glorie, Zijn Wijsheid en Zijn Wil. Door de combinatie van deze Goddelijke eigenschappen zal Zij de volmaakte Brug tussen de Bron van Leven en de schepselen zijn.
Zij is de Onbevlekte Ontvangenis, Haar ziel draagt niet de wonde van de erfzonde, zodat Haar Tuin voor eeuwig ongeschonden zal blijven: in Haar heerst de Eeuwige Lente, bloeien onophoudelijk de bloesems van alle deugden en rijpen nooit geziene vruchten van heiligheid. Elke ziel die van deze vruchten eet en zich met Haar bloesems laat bekleden, zal delen in Haar verrukkingen, zo belooft de Schepper van deze Onbevlekte Tuin, want Zij is bestemd om volmaakte Spiegel voor het Goddelijk Licht te worden.
De Onbevlekte Tuin bloeit in al zijn pracht. Zijn grond is volmaakt vruchtbaar en zal om deze reden het unieke voorrecht ontvangen, de Godmens te dragen. Alles wat uit deze grond opschiet, is volmaakt en vlekkeloos. De Tuin is onmetelijk. God heeft hem zo voorzien, dat hij voor alle eeuwigheid onophoudelijk zal blijven groeien, oneindig zoals God Zelf, want de stroom der genaden die vanuit Gods Hart in deze Tuin vloeien, blijft voor eeuwig aanzwellen. Zo is deze Tuin reeds volmaakt maar blijven zijn heerlijkheden zich niettemin eeuwigdurend vermenigvuldigen.
De ziel die de Onbevlekte Tuin betreedt, komt in de ban van een betoverend parfum dat Gods Tegenwoordigheid en de absolute afwezigheid van enige zondesmet verraadt. In het hart van deze Tuin brandt het Vuur van de Goddelijke Liefde, want de Onbevlekte Tuin is gemaakt als een Vuur uit Gods Vuur. Daardoor bloeien hier de zuiverste bloesems van een rein gevoelsleven, emoties en verlangens zoals deze uit het Hart van God Zelf over de Schepping uitstromen.
“In het hart van de Tuin van Maria brandt het Vuur van de Goddelijke Liefde, want de Onbevlekte Tuin is gemaakt als een Vuur uit Gods Vuur.”


De lucht in de Tuin is volkomen vervuld van de adem van de Heilige Geest, zodat alle bomen der deugd uitgroeien tot dragers van Hemelse vruchten, en geen onkruid van onreine gedachten een voedingsbodem vindt. Gods Geest voedt zonder ophouden deze Tuin, houdt zijn bladeren fris en groen, en bedekt zijn bloemen en vruchten met de dauw van de Godheid, en op Zijn beurt voedt Hij Zich onophoudelijk aan de verrukkingen van de Tuin die voor eeuwig de voltooiing van Gods diepste verlangens zal zijn.
God heeft Zijn Wil in deze Tuin laten ontspringen als een bron die alles bevloeit en doordringt van de trekken van Zijn eigen Wezen. Hierdoor is alles wat in de Tuin bloeit en rijpt, in volmaakte overeenstemming met Gods Wetten, Plannen en Werken. In de Onbevlekte Tuin is het "beeld en gelijkenis" van God tot voltooiing gebracht. In Maria heeft Hij Zijn eigen Goddelijke eigenschappen in aanraking gebracht met de Schepping, in een Tuin die Draagster is van Zijn Mysteries, die zich in Haar eeuwigdurend blijven vermenigvuldigen.
De ziel van deze Tuin is de Spiegel die God aan de zielen voorhoudt. Onophoudelijk golven vanuit de Tuin de Woorden van de Allerhoogste over de Schepping heen.
Tot de engelen zeggen zij: “Ziehier het Teken van Mijn macht. Aanschouw en dien de Meesteres van alle zuiverheid". Tot de duivelen zeggen zij: "Ziehier het Teken van Mijn Zuiverheid en Mijn Overwinning. Onder Haar voeten zal alle onreinheid verpletterd worden. Tot de mensenzielen zeggen zij: “Ziehier de in ere herstelde mens, de eeuwig levende Reinheid. Volg Haar na, en vind Mij in Haar terug. Zij zal voor u het Teken zijn van de Bron van dewelke gij zijt uitgegaan, en de Poort door dewelke gij in het Eeuwig Rijk zult binnentreden".
Met deze eigenschappen bekleed, volbrengt Gods Onbevlekte Lusttuin Haar levensweg op aarde. In Haar geest welt geen enkele negatieve gedachte op. Zij ziet alle zonden, zwakheden en tekortkomingen, en is er bedroefd over omdat deze de vervulling van Gods Plan vertragen. Niettemin beschuldigt Zij niet en veroordeelt Zij niet. Zij kent slechts medelijden met de zwakheden van Haar medemensen, en bidt, offert en boet voor hun bekering en om kracht opdat zij hun zwakheden mogen overwinnen.
In Haar rechtstreekse ontmoetingen met Haar medemensen tracht Zij deze te sterken in hun strijd door Haar uitstraling van Liefde, zachtheid, blijmoedigheid, begrip en kracht. In Haar Hart welt geen enkel negatief gevoel op, geen enkele gesteldheid die Gods Werken in Haar zou kunnen verontreinigen of ontkrachten. In volkomen begrip voor Gods Wijsheid en voor het feit dat Hij voor alles een tijd heeft voorzien, legt Zij Zich neer bij alles wat in de ziel die wel door de erfzonde geschonden is, wrevel zou kunnen verwekken. Zij neemt God niets kwalijk. Zij doet geen enkele toegeving aan bekoringen tot bitterheid, wrevel, wrok, twijfel, haat, jaloersheid, ontmoediging of wanhoop.
Wanneer Zij door de vrouwen van Nazareth betrokken wordt bij gesprekken over het dagelijks leven, spreekt Zij geen enkel woord van roddel, achterklap, laster, verdachtmaking of misprijzen. Zij spreekt weinig, want Zij begrijpt dat de uitstraling, die de vrucht is van het innerlijk leven van de ziel, duizend maal méér zegt dan woorden. Zij begrijpt ook dat woorden de medemens eerder naar het wereldse toe trekken dan naar het Goddelijke, en wat Zij wil, is precies alle zielen in contact brengen met de Bron van Haar onbevlekte Vrede: God. Wanneer Haar gesprekspartner Haar door negatief geladen woorden tot een oordeel zoekt te verleiden of in het negatieve zoekt mee te trekken, antwoordt Zij slechts door een ontwapenende glimlach en een verwijzing naar de almacht van God, met een uitnodiging om alles aan Hem toe te vertrouwen in een zuiver gebed dat vrij is van oordeel of beschuldiging.
Vele vrouwen worden afgeschrikt door Haar onverleidbaarheid. Maria wordt spoedig beschouwd als een “ongewone jonge vrouw” die “in een andere wereld lijkt te leven”. Niettemin raakt Zij vele harten door het feit dat Haar “ongewone” reacties heel consequent ondersteund worden door een onberispelijk, heilig gedrag en een mysterieuze rustbrengende uitstraling vanuit Haar hele Wezen. Nooit ziet een ziel Maria anders dan als een burcht van gelijkmoedig gedrag, die nooit zichtbaar ontdaan noch onbeheerst is. Zij wenst niemand kwaad toe.
Deze deugd treedt in haar volle kracht tot uiting op Golgotha bij het Kruis van Jezus, waar de op dat ogenblik nochtans reeds zeer ver uitgerijpte Maria Magdalena op zeker ogenblik een schimprede afsteekt naar de joden toe, en aanstalten maakt om een steen op te rapen om deze naar de rangen van de bespotters toe te werpen. De Onbevlekte Tuin raakt even de arm van Maria Magdalena aan, bekijkt haar met betraande ogen en fluistert “Laat God Rechter zijn, Mijn zus". Geen enkel negatief woord komt over Haar lippen, Zij kwetst nooit, scheldt niemand uit, wenst niemand kwaad toe, zelfs niet de Farizeeën wier huichelachtigheid alle verbeelding tart. Zij bezit de zelfbeheersing van een ziel die inderdaad “in een andere wereld leeft”. Haar ziel is Haar zo kostbaar dat Zij deze aan niets op de aarde of onder de aarde zal uitleveren om verontreinigd te worden. Geen wereldse invloed zal ooit Haar meester zijn, want Haar enige Leven is het Goddelijke. Na het kruiswoord van Jezus “Vrouw, ziedaar uw zoon” zal Zij zonder ophouden bidden en offeren opdat deze onschatbare erfenis van een zuiver inwendig leven op Haar kinderen van alle eeuwen zou mogen overgaan.
Aanschouwt het verloren Aards Paradijs, opnieuw tot leven gekomen in de Onbevlekte Tuin van de ziel van Maria. En zie Gods verbond van de Laatste Tijden:
Zie Maria, de Onbevlekte Tuin van Mijn welbehagen en Meesteres van alle zielen. Tot Koningin over alles heb Ik Haar bestemd. Van de vruchten uit deze Tuin zult gij eten in tijd en eeuwigheid, opdat gij opnieuw zult worden tot Mijn beeld en gelijkenis.
BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat: zie onderrichtingen: Boeken: Wedergeboorte van het aards paradijs (zuiverheid)

16 oktober: gedachtenis aan MARIA KONINGIN VAN DE ZUIVERHEID:

In deze Bloem heeft God ongekende schatten gelegd.