vrijdag 29 mei 2015

HET BEZOEK VAN MARIA AAN HAAR NICHT ELISABETH

 Het bezoek van Maria aan Elisabeth:

De diepe betekenis van het bezoek van Maria aan Haar nicht Elisabeth
( feest van
31 mei)


“Maria maakt in Haar bezoek aan Elisabeth  duidelijk dat de waarlijk heilige ziel geen inspanning uit de weg gaat om God naar de zielen te brengen.”

 

Wanneer de Heilige Aartsengel Gabriël aan Maria verkondigt dat Zij Jezus in Haar schoot zal ontvangen, deelt hij Haar tevens mede dat Haar nicht Elisabeth, hoewel zij onvruchtbaar heette te zijn, reeds zes maanden zwanger is. Maria vertrekt daarop vanuit Nazareth in Galilea (de noordelijke provincie van Israël) naar Ain Karim in Judea (de zuidelijke provincie van het land), een lange en moeilijke reis met een bestemming in een bergachtige streek. Wat is de diepe zin en betekenis van dit bezoek?
Elisabeth is op gevorderde leeftijd. Zij draagt in haar schoot de vrucht die later bekend zal zijn als Johannes de Doper. Maria Zelf draagt Jezus, de Godmens, de Messias en Verlosser, in Haar Schoot. Hoewel Zij Zich van Haar unieke uitverkiezing (als Moeder van de Messias) bewust is, cijfert Maria Zich totaal weg in de dienst aan Haar naaste. Bij Maria’s aankomst groet Zij Haar nicht, en de Heilige Geest verkondigt aan deze laatste dat Maria zwanger is van Gods Zoon. God verkondigt dus voor het eerst rechtstreeks aan een mensenziel dat Maria de Moeder van de Messias is. Elisabeth deelt Maria mede, dat Johannes de Doper in haar schoot is opgesprongen van vreugde bij het horen van Maria’s groet.
Wij leren hier dus reeds Maria kennen als Diegene die Jezus naar de zielen draagt (Diegene, die steeds Draagster van het Licht zal zijn, die steeds innig één met God zal zijn), en hierdoor God tegenwoordig stelt: Waar Maria verschijnt, wordt de atmosfeer vervuld van Gods Tegenwoordigheid. Zo zal het voor altijd blijven. Bovendien is belangrijk, dat niet mensen Haar in deze hoedanigheid verkondigen, God Zelf doet het, via een inspiratie van de Heilige Geest aan Elisabeth.
Maria zal drie maanden lang Haar eigen noden volkomen terzijde schuiven om Elisabeth vreugde en hulp te bereiden, en verkondigt hierdoor in feite reeds de Missie van de Verlosser, die Liefde, Licht en vreugde naar de zielen zal brengen:
·                            Liefde, want Maria cijfert Zichzelf ondanks Haar eigen zwangerschap maandenlang helemaal weg voor Haar naaste, en Zij doet dit vanuit een Hart, waarin Zij volmaakt één is met Jezus en met de Heilige Geest.
·                            Licht, want in Haar en dus Jezus’ tegenwoordigheid ontvangt Elisabeth het Licht der Waarheid over Maria en Jezus, en dus over de ware betekenis van dit tijdstip in de heilsgeschiedenis.
·                            Vreugde, want het nog niet geboren kind springt op van vreugde. Doorheen Maria treedt Jezus hier reeds op als Diegene, die het leven van de mensenziel komt verlichten door liefdevolle ondersteuning en door de voelbare Tegenwoordigheid van God. Bovendien getuigt God hierdoor van het feit dat ook de ongeboren vrucht reeds reageert op Gods Tegenwoordigheid, en dus door God wordt geleid.
Maria maakt in Haar bezoek aan Elisabeth bovendien duidelijk dat de waarlijk heilige ziel geen inspanning uit de weg gaat om God naar de zielen te brengen: Haar reis is lang, en het laatste gedeelte van de reisweg vóór de plaats van bestemming is bergachtig. God toont hierin aan, dat zielen zich niet steeds gemakkelijk bereikbaar maken voor Zijn Licht, en dat vaak volharding in de naastenliefde nodig is om een ziel voor het Heil te ontsluiten.
In antwoord op de woorden van Elisabeth laat Gods Geest, die kort voordien de volmaakte Bruiloft aan Maria heeft voltrokken en de kiem van de Godmens in Haar heeft gelegd, Maria het Magnificat uitspreken, waarin Zij God verheerlijkt, maar waarin God Haar ook een tipje van de sluier over Haar eigen hoedanigheid en rol binnen Zijn Heilsplan laat oplichten: “Van heden af prijst elk geslacht Mij zalig, omdat Hij aan Mij Zijn Wonderwerken deed, Hij die machtig is...”. God Zelf laat Maria hier verkondigen dat Zij doorheen de heilsgeschiedenis een sleutelfiguur voor het Heil der zielen zal blijven.
Maria brengt hier op mystieke wijze de Christus in contact met Zijn voorloper, Johannes de Doper, die als mens zes maanden ouder dan Jezus zal zijn, en een tijd lang de komst van de Messias zal verkondigen, tot deze Zelf in de openbaarheid zal treden door Zich door Johannes in de Jordaan te laten dopen. De Doper reageert vanuit de moederschoot op de stem van Maria, die is bezield door de Christus in Haar eigen Schoot.
Tekenend is de voortdurende Aanwezigheid van Maria bij Elisabeth en Zacharias doorheen een periode waarin deze beiden zwaar beproefd worden: Zacharias kan tot aan de geboorte van Johannes niet spreken, en Elisabeth wordt voortdurend bekoord op de waarheid van haar inzichten over Jezus en Maria, en over de belofte dat haar eigen zoon Johannes groot zal zijn in Gods ogen. Wij moeten ons daarbij voor ogen houden dat Maria’s Aanwezigheid in het huis en de tuin van Elisabeth en Zacharias een heel stille Aanwezigheid is: Zij spreekt heel weinig, lijkt doorheen het huis te “zweven”, en voltrekt al Haar werken vrijwel geruisloos. De grootste tekenen van Haar Aanwezigheid zijn de diepe Vrede en het Hemels Licht, dat Zij om Zich heen verspreidt. Hierin getuigt God van de nederigheid en zelfverloochening van Maria: Niet Zijzelf laat Haar Tegenwoordigheid opvallen door menselijke tekenen, God kenmerkt Haar Aanwezigheid, door louter Hemelse tekenen. God geeft hierin de voorafbeelding van Maria als Diegene, die de beproefde en bekoorde zielen vrijwel onopvallend doorheen hun moeilijke dagen ondersteunt. 
Maria toont hier aan alle generaties wat God van elke ziel verwacht: Dat zij Jezus naar haar medeschepselen helpt brengen, Gods Tegenwoordigheid voelbaar maakt, zichzelf verloochent voor de naaste, vreugde en Licht brengt, zichzelf wegcijfert, niet de aandacht op zichzelf doch op God vestigt, en God verheerlijkt als Diegene, die volmaakt rechtvaardig is en wiens beloften eeuwigdurend geldig zijn. Maria toont de zielen hier dat een waarlijk heilige ziel in feite niet meer zelf leeft, doch louter een werktuig van dienstbaarheid is, dat zich in alle handelingen, woorden en verlangens uitsluitend door God laat bewegen.
BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie onderrichtingen:edelstenen der genade.)

Maria toont hier aan alle generaties wat God van elke ziel verwachtDat zij Jezus naar haar medeschepselen helpt brengen.”









Geen opmerkingen:

Een reactie posten