zaterdag 31 januari 2015

De Opdracht van Jezus in de Tempel: (Maria Lichtmis)

De Opdracht van Jezus in de Tempel:

 (Maria Lichtmis)

De diepe betekenis van Lichtmis — het feest van 2 februari:

MARIA - LICHTMIS

 

Op 5 februari 2008 verkondigde Maria als "Meesteres van alle zielen" dat op Lichtmis in de Hemel de overwinning van het Licht op de duisternis wordt gevierd. Maria is de Leidster in de strijd van het Licht tegen de duisternis. De Hemelse Koningin wijst erop dat deze dag een ware kwelling is voor de krachten der duisternis. Hoe moeten wij dit verstaan?
Maria wordt ook de Moeder van het Licht genoemd. Het Licht is Jezus Christus, die als de Messias, de Verlosser der zielen, in de wereld werd gezonden als Belichaming van Gods Waarheid, van Gods Werken en Plannen en van het Goddelijk Leven. Zo kunnen wij zeggen dat Maria Gods Licht in Zich kreeg ingestort toen de Heilige Geest Haar overschaduwde en Zij aldus uitsluitend door Goddelijke tussenkomst zwanger werd van Jezus. Zij baarde Gods Licht in de kerstnacht, en in navolging van het voorschrift van de Joodse wet ging Zij naar de Tempel te Jeruzalem om Hem (de Belichaming van het Licht) op de veertigste dag na de geboorte aan de Eeuwige Vader op te dragen. De Christus komt voor het eerst in Zijn Tempel (= onder Zijn volk.)
De Mensgeworden Godheid wordt aan God opgedragen. In deze toewijding van de Christus door Maria, is het alsof Maria, de Brug tussen Hemel en aarde, tussen God en de zielen, als Vertegenwoordigster van alle zielen van alle tijden het Goddelijk Licht, alle Werken en Plannen van God en de kiem van het Verlossingsmysterie aan God toewijdt, opdat de vruchtbaarheid ervan voor eeuwig voltooid moge worden. God schenkt immers de volmaaktheid, die echter haar uitwerking, haar vrucht moet voortbrengen door zich met de vrijwillige toewijding van zielen te verenigen.
Zo gaan Maria en Jozef naar de Tempel om Jezus, en in Hem alle zielen die zich doorheen alle eeuwen zullen openstellen voor de Verlossing, aan God op te dragen. Deze toewijding wordt tot een tijdloze mijlpaal in de heilsgeschiedenis. Doordat een van harte voltrokken en beleefde toewijding datgene wat toegewijd wordt, heiligt (het vrijwillig en volledig in Gods Heilswerken inschakelt), worden in deze toewijding van de Belichaming van Gods Werken en Plannen in werkelijkheid alle zielen van alle tijden aan God aangeboden. Vanaf dat ogenblik ontbreken nog slechts de voltrekking van het Verlossingswerk door de Christus, en de vrijwillige deelname aan de eigen Verlossing vanwege de zielen. In Gods Hart ligt echter de uiteindelijke overwinning van het Licht op de duisternis reeds vast. Daarom kan de Opdracht van Jezus in de Tempel door de handen van Maria worden beschouwd als de voorafspiegeling van deze eindoverwinning van Gods Licht. In het tijdloze gedenkt de Hemel daarom op deze dag deze definitieve overwinning, de Glorie en macht van het Licht der wereld, en de Glorie en macht van Maria, die deze tijdloze toewijding heeft voltrokken en haar later door een leven van eindeloze Smarten zal bezegelen.
Bij de Opdracht van Jezus in de Tempel offeren Maria en Jozef volgens het voorschrift twee duiven. Zij symboliseren hier het feit dat de ziel bij de toewijding van zichzelf, van haar levensweg of van om het even wat, van God de ware Vrede afsmeekt. De duif staat symbool voor de innerlijke Vrede, het gebrek aan onrust, aan innerlijke strijd. De ware Vrede vestigt zich in een ziel zodra deze de innerlijke zekerheid ervaart dat zij waarlijk God toebehoort, en dat haar toekomst en haar lot volkomen in Gods Liefde geborgen liggen. God wil er hier op wijzen dat de waarlijk beleefde toewijding de ware innerlijke Vrede in de ziel moet ontsluiten, omdat in de ware toewijding de versmelting plaats heeft tussen Gods Wil en de vrije wil van de ziel. Naarmate de wil van de mensenziel méér één wordt met Gods Wet, wordt het leven van deze ziel vruchtbaarder, heiliger, en krijgt haar leven zijn volle zin.
In de Tempel ontmoeten Maria en Jozef Simeon, een oud en zeer gelovig man, die door de Heilige Geest wordt gestuurd om in de Tempel, de centrale ontmoetingsplaats tussen God en de zielen, de profeet van de Messias te worden. Simeon neemt Jezus in zijn armen, drukt Hem aan het hart en spreekt nu enkele woorden waarin God de zielen een hele onderrichting geeft over het diepe Wezen van de Messias:
·                            "Uw dienaar laat Gij, Heer, nu naar Uw woord in Vrede gaan. Mijn ogen hebben thans Uw Heil aanschouwd, dat Gij voor alle volken hebt bereid..."Simeon drukt hier uit dat de ziel die de Christus in het hart sluit, de absolute voltooiing, de uiteindelijke zin van haar leven heeft gevonden, en dus klaar is om naar God terug te keren. Simeon wijst hier met andere woorden naar Jezus, het Goddelijk Licht, als de absolute vervulling van het leven. Wie de Christus heeft gevonden (met de ogen van de ziel) en Hem in zijn hart heeft gesloten, bezit alles. Zijn zoektocht op deze wereld is ten einde.
"... een Licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor Uw volk Israël". De Christus is het Licht van God, dat de duisternis van de heidenen (alle zielen die zonder God leven) komt doorstralen. Doorheen alle eeuwen zal elke ziel iets heidens in zich dragen, in de mate waarin zij zich nog niet voor de volheid van Gods Waarheid heeft opengesteld. Zij kan heidendom door Licht laten vervangen door Gods Waarheid in zich op te nemen. Het “volk Israël” is voorafspiegeling voor het geheel van de zielen die Christus zullen volgen. Het geheel van de volgelingen van Christus zal voor alle tijden Gods Heerlijkheid tot uitdrukking brengen, want deze zielen zijn het, die de ware zin van het leven hebben begrepen en doorheen wie God Zijn Werken op aarde naar hun voltooiing zal leiden.
·                            "Dit kind is bestemd tot val of opstanding van velen in Israël, tot een teken van tegenspraak, opdat de gezindheid van vele harten openbaar moge worden...". Jezus zal voor altijd oorzaak worden van twee tegengestelde kampen: de zielen die Gods Licht en Waarheid zullen aanvaarden en ernaar zullen leven, en de zielen die God, Zijn Werken en Plannen en Zijn Waarheid geen aandacht zullen schenken of dit alles zullen bestrijden. Overal waar de naam van Jezus zal vallen of over Gods Tegenwoordigheid, Zijn Werken en Plannen en Zijn Wet zal worden gesproken, zal duidelijk worden welke zielen dit alles in hun hart dragen, en welke dit niet doen.
In deze Laatste Tijden zal hetzelfde gelden voor Maria, die nu de voltooiing van de kennis en inzichten van Gods Waarheid komt brengen, en eveneens teken van tegenspraak wordt. Zo zullen eveneens alle zielen die ooit Jezus en Maria totaal willen navolgen, op hun beurt tekenen van tegenspraak worden. De volgelingen van Jezus en Maria zullen hierdoor in de ervaringen van hun dagelijks leven uitdrukking geven aan de strijd tussen Licht en duisternis. De ware christenen zijn zij, die Christus totaal zullen volgen, zonder compromissen. Het ware christen-zijn is een teken van tegenspraak omdat het in alle situaties getuigt van het Licht, en geen compromissen sluit met de duisternis. In de eerste plaats betekent dit, dat de ware christen zich niet tot gevangene van werelds denken, van het materialisme noch van elke vorm van modernisme laat maken. In dit alles staat immers de mens en zijn behoeften centraal, niet God en de noden van Zijn Heilsplan.

(tot Maria):"... en Uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord". God voorspelt hier via Simeon dat Maria de ware diepte van de Smart zal leren kennen, en dat Haar ziel deze door en door zal ervaren. De volle diepte van de ervaring der Smart gaat oneindig veel verder dan datgene wat de mens in werelds opzicht onder “smart” verstaat. Smart of hartenpijn dekt gewoonlijk de ervaring van de droefheid over een werelds verlies of over een ongerechtigheid waarvan men zich het slachtoffer voelt. De volheid van de Smart echter, die de ziel doorboort, is deze waarin de ziel op mystieke wijze de ware diepgang van het betreurde ervaart, het gevoel dat het betreurde opwekt bij God Zelf.
Een voorbeeld daarvoor hebben wij ontmoet in de wenende vrouwen tijdens de Kruisweg van Jezus, waarbij de Verlosser erop wijst dat zij niet het “onrecht” van de kruisiging moeten bewenen, doch datgene wat de kruisiging noodzakelijk maakt, namelijk de ontelbare zonden van alle tijden. Een tweede voorbeeld zien wij op Calvarie, waar Maria niet gewoon weent omdat Zij als Moeder Haar Kind ziet sterven, doch omdat Zij als volmaakt mystiek gevormde ziel de Zoon van God ziet sterven vanwege de zondelast die op de zielen drukt.
Lichtmis wordt in de ziel pas tot een feest van Licht wanneer de ziel bereid is, de oneindig uiteenlopende vormen van duisternis van de wereld in zich te blijven bestrijden en zich elk moment van de dag te oriënteren naar het Licht van God: Zijn Werken, de wenken van Zijn Voorzienigheid, de onderrichtingen en verdiepingen die Hij de zielen via Maria laat toekomen. Wanneer de ziel dit doet, wordt zij zelf tot een tempel waarin ononderbroken elk ogenblik van haar leven aan God en Zijn Heilsplan wordt opgedragen. Wanneer de ziel dit voltrekt in het kader van een leven in totale toewijding aan Maria, is Zij het, die met de ziel hetzelfde doet als toen met de kleine Jezus. De ziel in de armen van Maria wordt automatisch tot een teken van tegenspraak, een lichtpunt in de duisternis van het ongeloof en een voorwerp van medeverlossing. Dit alles zijn de kentekenen van waar christendom. Het maakt deel uit van onze erfenis, vreugde en leed te delen met het Mensgeworden Woord. Slechts deze eenheid met Christus kan de ziel ook met Hem één laten worden in de heerlijkheid.

Bron: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum apostolaat: (zie onderrichtingen: sluier van goud)
http://www.maria-domina-animarum.net/


St.Jozef Maria en Jezus in de armen van de profeet Simeon







zaterdag 24 januari 2015

MARIA Oceaan van Goddelijke Rijkdommen:


MARIA, De Meesteres van alle zielen als Oceaan van Goddelijke Rijkdommen:


Maria, Oceaan van Goddelijke Rijkdommen


Maria onderricht: “Lieve zielen, voor alle tijden ben Ik geroepen om de Christus te brengen naar alle zielen. Ik heb Hem gebracht in de God-Mens, de Messias, die de zielen kwam leren dat de ellende, die met de erfzonde over de schepping is gekomen, door het Kruis, en alleen door HET KRUIS, wordt overwonnen, want waar het Kruis bruiloft sluit met het hart, wordt de ware vrijheid van Gods Liefde geboren.
Ik breng de Christus in deze tijd nog steeds naar de zielen, in het zaad van de Wetenschap van het Goddelijk Leven. Zalig de zielen die dit zaad beschijnen met een oprechte Liefde, en het begieten met een onophoudelijke toewijding van al hun beproevingen aan Mij, want in de ware volgzaamheid jegens Mij, de Koningin en Meesteres van alle zielen bij Goddelijke volmacht, ligt de kracht om het zaad van het Goddelijk Leven te laten bloeien als bloemen van heiliging.
Ik ben Maria, de Schatkamer van een Nieuwe Lente, Zij die het zegel van het Kruis der Verlossing komt drukken op elke ziel die Gods Plan voor de Laatste Tijden van harte omhelst.
Dit is het Plan van de Eeuwige Liefde: dat in elke ziel het Kruis van Verlossing opnieuw geboren wordt doordat de ziel Mij bij zich in huis neemt, Mij, de Meesteres van alle zielen, de Voltooister van alle vruchtbaarheid.
Prijs Mijn hoogheilige naam als de echo van Gods stem boven de tuin van jullie zielen, want Ik ben in de Vader, in de Christus en in de Geest in alle eeuwigheid, en de Vader, de Christus en de Geest hebben Mij voor alle eeuwen bekleed met de oneindige macht van de Goddelijke Liefde.
Ik kan in ieder van jullie de kruisen des levens doen bloeien als rozentuinen, tot verheerlijking van het Kruis van Christus, dat symbool staat voor de handtekening van onze God. Ik ben de Spiegel van Gods Licht, in Mij wordt alle duisternis verblind en wordt de sluimerende kiem van de heiligheid in de ziel tot nieuw Leven gewekt, tot Goddelijk Leven. Volg Mij, want zonder geloof in Mijn werking is er geen geloof in de volheid van Gods Werken.
Ik ben Maria, de Oceaan van Goddelijke rijkdommen. De ziel die uit Mij put, put in waarheid uit Gods Hart. Gods Hart is de Bron van alle Wijsheid, Liefde en heiligheid. God heeft Mijn hele Wezen zodanig met Zichzelf vervuld, dat het water van Goddelijk Leven zo overvloedig uit Mij stroomt dat uit Mij alle zielen van alle tijden kunnen drinken tot voltooiing van hun groei naar Gods beeld en gelijkenis.
Drink uit Mij de woorden die Ik jullie schenk, want zij wellen op uit de Bronnen der Eeuwige Wijsheid. De ziel die in oprechte Liefde uit Mij drinkt, zal in deze tijden van duisternis en misleiding niet ten prooi vallen aan de dorheid van hopeloosheid, ontmoediging, verwarring en zinloosheid.
Elke ziel die oprecht naar Mij verlangt, Mijn woorden in zich opneemt en hen navolgt in innig beleefde toewijding aan Mij als de door God uitverkoren Meesteres van alle zielen, zal Ik bekleden met de beschermende macht van Mijn hoogheilige naam. Volg Mij, Ik heb jullie jawoord nodig om Mijn onbegrensde macht uit te oefenen over de bronnen van verwarring, misleiding en ontmoediging die thans ontelbare zielen in dorheid storten. Volg Mij, en Ik zal de slangen van alle onvrede en dreiging uit jullie tempels verjagen. De Ware Vrede van Christus zal jullie deel zijn. Tot deze Vrede heeft de Vader jullie voorbestemd. Vrees nooit, Ik heb jullie de Vredevorst gebracht.”

waar het Kruis bruiloft sluit met het hart, wordt de ware vrijheid van Gods Liefde geboren.

BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie openbaringen:12 sept. 2011)
http://www.maria-domina-animarum.net/


 AKTE VAN TOEBEHOREN AAN MARIA:

 

Mijn Hemelse Meesteres Maria, vόόr alle tijden voorbestemd tot Gids van de zoekende zielen, in U heeft mijn ziel het Heil herkend.
Op de golven van Gods Geest hebben Uw voeten mijn hart betreden, en uw schoonheid heeft zich aan mij geopenbaard onder zangen van de verrukkelijkste Liefde.
O bevrijdende genade waarmee U mijn hele wezen tot Uw slavin/slaaf hebt gemaakt, hoezeer prijst mijn hart het uur waarop het is geroepen om uw Rijk te worden.
U wil ik restloos toebehoren, Meesteres van elk woord uit mijn mond, van elk gebaar van mijn handen en van elke gedachte van mijn geest.
Hoe zoet is het sterven van de mens in mij aan Uw voeten, want uw Aanblik heeft het Vuur van het Ware Leven in mij gewekt.
O Licht dat geen schaduwen werpt, hoe zou ik iets voor mijzelf kunnen houden, nu u mijn hele wezen beheerst.
Ik behoor U toe als uw onverdeeld bezit en eigendom. Beschik over mij naar uw welbehagen, dag en nacht, tot over de grenzen van de tijd, want aan Uw voeten, mijn verheven Meesteres, heb ik de gelukzaligheid gevonden, aan uw voeten is mijn hele wezen opengebloeid, voor uw voeten werp ik mij neer om U te dienen tot in de eeuwigheid.Amen.

Wees gegroet Maria meesteres van mijn ziel,vol van genade...

Bron gebed:  Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie gebeden)







donderdag 15 januari 2015

GOD AAN HET STUUR OP ONZE LEVENSREIS

GOD AAN HET STUUR OP ONZE LEVENSREIS:

 

Korte beschouwing geïnspireerd door de Meesteres van alle zielen Maria;


“VERTROUW OP GOD EN ZIJN VOORZIENIGHEID in je leven…Laat God jou leven besturen!”

 

Het wordt zo gemakkelijk over het hoofd gezien, dat God op onze levensweg tezelfdertijd de drijvende kracht is en de Bediener van het stuurwiel behoort te zijn. Geen wonder, elk mensenleven heeft slechts één enkel doel: De ziel wordt slechts in de wereld gezonden om haar bijdrage tot de verwezenlijking van Gods Heilsplan te leveren. Al het overige is slechts “opvulling”: Wat ook op onze levensweg gebeurt, op zich heeft het nauwelijks wat te betekenen. De enige betekenis van de “bestanddelen” van een mensenleven ligt in datgene, wat zij voor Gods Heilsplan en voor de verwezenlijking van Zijn Werken ten gunste van Zijn Schepping betekenen, welke waarde zij voor Hem hebben, welk gewicht zij op Zijn weegschaal vertegenwoordigen. Dit alles hangt niet van de gebeurtenissen zelf af, doch van de wijze waarop de ziel met hen omgaat. Ten slotte bepalen slechts het gedrag, de reacties en het gehele innerlijke leven van de ziel de ontplooiing van Gods Heilsplan.
Zo komen wij dan bij het stuurwiel:  God zou degene moeten zijn, die het stuurwiel bedient, doch de ziel navigeert doorgaans zichzelf doorheen het leven. Men zou ervan uit kunnen gaan dat God dit zo heeft bedoeld, anders had Hij immers de zielen geen onschendbare vrije wil gegeven. Nochtans... laat Hij de zielen ook het Mysterie van de totale toewijding verkondigen, opdat het inzicht in de betekenis hiervan zich zou kunnen ontvouwen zoals een Hemelse Roos, blaadje na blaadje. De totale toewijding aan Maria: de zelfgave aan de Koningsdochter als weg naar het hart van het Paleis van de Grote Koning. Het vurigste verlangen van de Koning en de Koningsdochter is dit, dat de ziel haar vrije wil als op een gouden dienblad aan Hen zou afstaan. Kan de ziel eigenlijk wel een kostbaarder bijdrage tot de voltooiing van Gods Heilsplan leveren?
In de overgave van de vrije wil, zonder dewelke de toewijding niets méér dan een soort compromis kan zijn, doet de ziel meteen afstand van het verlangen en de behoefte, zelf over de loop van haar eigen leven te beslissen. Het afstand-doen van de vrije wil is precies de overdracht van het stuurwiel, want hierdoor geeft de ziel in wezen klaar en duidelijk uiting aan de wil, “niet meer te willen, doch slechts te dienen”. In de mate waarin deze overdracht waarlijk van harte gebeurt, en deze zich in de praktijk van het dagelijks leven kan uitwerken, kan de ziel haar leven “vrijer van zonden” laten verlopen, want des te groter wordt dan het aandeel van Gods beslissingen in haar leven.
Het afstand-doen van de vrije wil betekent niettemin niet, dat de ziel geen beslissingen meer zou nemen. God zou een dergelijke bijwerking van de totale toewijding niet toelaten, want de ziel zou hierdoor van elke verdienste worden beroofd. De verdienste van een mensenleven bestaat immers uiteindelijk uit het geheel van de reacties van de ziel op alle situaties van haar leven, of nog nauwkeuriger uitgedrukt: uit het geheel van de reacties, die de ziel als spiegel van Gods Wil weet op te brengen. Een verdienstelijk, vruchtbaar – d.w.z. heilig! – leven, is derhalve niet een leven zonder eigen beslissingen, doch een leven waarin de ziel haar wil in Gods Wil heeft laten overvloeien. In deze gesteldheid wordt het leven niet gemakkelijker (God als beslissingsmechanisme en de ziel als “ja-zegster”...) doch juist oneindig veel moeilijker, zelfs een regelrechte uitdaging. In het eerstgenoemde geval zou de ziel niet meer in de werkelijke zin van het woord leven, zij zou “geleefd worden”. Leven, betekent echter “actieve inzet”; een passief “drijven op de golven” zou de ziel herleiden tot niets méér dan een slachtoffer van de omstandigheden, en haar aldus haar vrijheid ontnemen. God wil echter precies de grootste vrijheid voor elke ziel. De grootste vrijheid is de gesteldheid die wij kennen als “heiligheid”. Onder “vrijheid” moet daarbij de ware vrijheid worden verstaan, niet in de zin zoals de wereld deze gewoonlijk definieert.
De eigen wil in de Goddelijke Wil laten opgaan, betekent, zich op elk ogenblik, in elke situatie op de levensweg, in het bijzonder op elk kruispunt, de vraag stellen: “Mijn God, hoe zou U in dit geval reageren, vanuit de volheid van Uw volmaaktheid...?”.
Precies daarom leert de “Meesteres van de zielen” nu via Haar Apostolaat, de zielen – als hoofdweg naar de heiligheid de volgende stappen in elke levenssituatie, zelfs in elk ogenblik van stille ingetogenheid, waarin geen medeschepsel aanwezig is:
·                            Stel je steeds weer de vraag: “Welke invloed kan mijn voorgenomen reactie of  mijn voorgenomen gedrag op de verwezenlijking van Gods Heilsplan krijgen, bijvoorbeeld vanwege de invloed ervan op mijn medeschepselen?” Is het resultaat van deze zelfondervraging ongunstig of twijfelachtig, stel dan de voorgenomen handeling niet, of spreek dan het voorgenomen woord niet uit”;
·                            Stel je bij dit alles eveneens de vraag: “Kan dit mijn ziel op de weg naar de heiligheid vooruit helpen of niet?” Laat van het antwoord afhangen of je de reactie, de gedraging, het woord of de gedachte mag stellen of koesteren, of beter niet;
·                            Bid voortdurend om een juist inzicht in de mate van Liefde die van al je woorden en handelingen, gedachten en gevoelens uitgaat. Vergeet daarbij niet, dat de ziel niets “zomaar” noch “voor zichzelf alleen” doet, denkt, zegt, voelt, verlangt, doch door alles wat in haar binnenste omgaat en alles wat van haar uitgaat, de hele Schepping en Gods Hart raakt. Geen enkele ziel leeft voor zichzelf alleen, geen ziel sterft zelfs voor zichzelf alleen, want elk schepsel maakt deel uit van een geheel netwerk dat “Schepping” heet. Zo heeft de Schepper het gewild: Alles wat uit Zijn hand voortkomt, moet onderling verbonden zijn.
In wezen zou men kunnen zeggen dat een leven vruchtbaarder wordt naarmate de ziel Licht en Liefde aan haar leefomgeving weet toe te voegen of zij het oprechte verlangen koestert, Licht en Liefde aan haar leefomgeving toe te voegen. Uit zichzelf kan de ziel dit niet doen, zij kan dit slechts volbrengen in de mate waarin God in haar leeft. God leeft slechts in de ziel in de mate waarin Hij Zijn Wil in haar en door haar heen kan laten werken, want de Goddelijke Wil is precies het instrument via hetwelk God schept, verlost en heiligt, of anders gezegd: “Zijn Goddelijke Werken volbrengt”.
Gods Voorzienigheid leidt elke ziel op een heel specifieke, unieke levensweg, en hult hierdoor de ziel in een specifieke leefomgeving, van dewelke God met het oog op de ontplooiing en vruchtbaarheid van de ziel veel verwacht, omdat deze leefomgeving de ziel bij haar heiliging kan helpen en de ziel op haar beurt deze leefomgeving kan beïnvloeden. De ziel kan dit geschenk ten volle tot nut maken, of zij kan het onwerkzaam maken. Het ten volle tot nut maken, betekent de Goddelijke Wil, die in dit geschenk alles op onfeilbare wijze heeft voorbereid, in zo verregaande mate in het eigen leven inbouwen, dat hij daar met zo weinig mogelijk remmingen groen licht kan krijgen. Zo leert de ziel precies de plaats zien, die zij binnen Gods Plannen inneemt, respectievelijk waartoe zij daar is voorbestemd: De ziel beseft haar plaats als dienares van Gods Werken en Plannen... in tegenstelling tot de vijand der zielen, de satan, die door de verheerlijking van zijn eigen wil alle ellende in de wereld mogelijk heeft gemaakt.
Overgave van zichzelf aan Gods Wil betekent ontplooiing van al het Goddelijke in de ziel. Bestaat er wel iets groters? Kan de ziel God ooit overtreffen wanneer geschenken van Liefde worden uitgewisseld? God is tenslotte de Enige die, naarmate Hij schijnbaar voor de ziel méér duisternis en nevel toelaat, in werkelijkheid méér Licht en Liefde geeft.
Ooit zei de Meesteres van alle zielen 
:
“Jezelf restloos aan Mij weggeven, betekent: De wagen van je ziel aan Mij overdragen, Mijn ene voet tot Meester van het gaspedaal maken, Mijn andere voet tot Meester van het rempedaal, en Mijn handen tot Meesteres van het stuurwiel, opdat Ik alleen kan beslissen in welke richting Ik je ziel leid, en volgens welk tempo. Vergis je niet, dit is voor de ziel geen gemakkelijke situatie, integendeel, niets is moeilijker dan volmaakt aan Mij als absolute Meesteres van je zielenwagen overgeleverd te zijn. Dit vergt een heldhaftig vertrouwen en een heldhaftig geloof in Mijn macht en Mijn Liefde als Bestuurster. Telkens weer zal in jou de behoefte of de lust opkomen, het stuurwiel, het gaspedaal of het rempedaal van Mij over te nemen. Deze behoefte zal sterven in de mate waarin je Mij werkelijk toebehoort.
De ware totale en onvoorwaardelijke toewijding aan de Meesteres van alle zielen(Maria), betekent: onwankelbaar in Haar geloven als de Gevolmachtigde van God in de innerlijke leiding. Zij is dan Diegene, die in vertegenwoordiging voor God het stuurwiel bedient. De bestemming van de reis ligt in Gods Hart, de reis zelf wordt vruchtbaarder en vervullender naarmate wij bereid zijn, deze samen met de Koningin des Hemels, en onder Haar leiding, te voltooien.

BRON:  uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat:(zie onderrichtingen: meditaties)
GEBED:
Moeder Maria, om de verdiensten van Uw onwankelbaar geloof in de almacht van God, wil mij de genade schenken van een groot geloof in de onfeilbaarheid van Gods Voorzienigheid in alles wat op mijn levensweg komt. Wees gegroet Maria Koningin van de Goddelijke Voorzienigheid, vol van genade…

“God aan het stuur op onze levensreis”










zaterdag 10 januari 2015

HET DOOPSEL VAN JEZUS

Het Doopsel van Jezus in de Jordaan

 Doop van Jezus: eerste zondag na Driekoningen:


Johannes De Doper doopt Jezus.

 

Op Zijn dertigste levensjaar wordt de Messias, door Zijn volmaakte Goddelijke Wijsheid, ertoe gedreven om Zijn verborgen leven te beëindigen en Zich kenbaar te maken aan het volk van Israël. Hij meldt Zijn Moeder Maria dat Hij naar Johannes de Doper zal gaan, die zielen doopt op een ondiepe plaats van de grote rivier de Jordaan, nabij Betanië. Johannes de Doper maakt de bijzondere roeping van Jezus aan het volk kenbaar door met een diep bewogen stem te zeggen: 
Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld”. De Doper spreekt door deze woorden wellicht de belangrijkste profetie uit de heilsgeschiedenis uit, want hij identificeert hierin Jezus als de Messias, de Christus, en vat de ware roeping van de Christus samen: Het Goddelijk Lam, dat voor de Verlossing van de zielen uit de noodlottige greep van hun zonden “geslacht” zal worden. Wanneer Jezus afdaalt in het water van de Jordaan, zegt de Doper tot Hem:
“Ik heb Uw Doopsel nodig, en Gij komt tot mij?”.Johannes doopte reeds langere tijd mensen in de Jordaan. Hij deed dit als een reinigingsritueel tot bekering en tot vergeving van zonden. Hij was zo door Gods Geest verlicht, dat hij wist dat hij de voorloper van de Christus, de Verlosser der zielen was. Door diezelfde verlichting herkende hij Jezus ogenblikkelijk. Hij wist dus dat deze Man geen doopsel tot reiniging nodig had, want dat Hij als Zoon van God absoluut vlekkeloos was. Daarom kon hij zichzelf er niet toe overhalen om Jezus het doopsel toe te dienen. Jezus echter, antwoordde:
Laat nu maar, want zo past het ons, al wat is vastgesteld, te volbrengen
Jezus wees hierdoor op de diepe zin van het Doopsel:
Het Doopsel is door God bedoeld als een ontsluiting van de ziel voor de volheid der genade. Het doopwater kunnen wij daarbij beschouwen als “water van Goddelijk Leven”. Door het Doopsel krijgt de ziel de kans om tot ware navolging van Christus te komen, om tot beeld en gelijkenis van God te groeien, wat inderdaad de ware roeping van elke ziel is. Jezus wilde door Zijn Doopsel een voorbeeld stellen voor de zielen. Voor Hem was het geen reinigingsritueel, doch het begin van Zijn Openbaar Leven, dus als het ware van Zijn ware “levensroeping”. Doordat deze handeling werd voltrokken door de handen van Zijn “voorloper”, diegene die Hem moest aanwijzen als de Verlosser, werd Zijn Openbaar Leven dus als het ware via een “officieel kanaal” ingeleid. Net zoals de Messias zoals elke mens in een lichaam geboren moest worden, moest ook Zijn Openbare Missie op een zichtbare wijze beginnen.
Toen Jezus gedoopt was, daalde Gods Geest in de gedaante van een duif op Hem neer en sprak een stem uit de Hemel:
Dit is Mijn Zoon, Mijn Veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb
Voor Johannes was dit teken een bevestiging voor het feit dat Jezus de Zoon van God was. God stelt hier een machtig symbool als voorafspiegeling voor het feit dat het ware christelijke Doopsel, dat Jezus Zelf later zou instellen, een Sacrament was, een raakpunt tussen God en de gedoopte ziel, waarbij de Heilige Geest over deze laatste zou komen en de gedoopte hierdoor in de ware zin van het woord een kind van God zou worden.
Toen Zijn Doopsel voltrokken was, trok Jezus naar de woestijn, om er gedurende veertig dagen Zijn Missie in dienst van het Goddelijk Heilsplan voor te bereiden. In deze opeenvolging “Doopsel + terugtrekking in de woestijn” laat God Zijn verlangen zien, dat de zielen hun ware levensroeping, het geheel van de werken waartoe zij in dienst van Gods Heilsplan zijn geroepen, zouden voorbereiden door twee componenten een vaste plaats te geven in hun innerlijk leven:
1.                    Door zich door het Vuur van Gods Geest en het bad in het water van Goddelijk Leven te laten reinigen.
2.                    Door zich zoveel mogelijk terug te trekken uit alles wat hen aan het wereldse bindt, om een ingetogen leven te leiden, verzonken in een innerlijke Vrede van hart (de “Vrede van Christus”!)  Om in die “stilte”, die armoede aan indrukken, God beter te vinden.
De Meesteres van alle zielen wees er ooit in een openbaring op, dat het goed is, zich Haar Onbevlekt Hart voor te stellen als de Jordaan. Totale toewijding aan Maria zou dan daaruit bestaan, dat de ziel zich onderdompelt in het water van Goddelijk Leven, dat in Maria’s Hart overvloedig aanwezig is. Maria is vervuld van Goddelijk doopwater, dat zielen reinigt en hen klaarmaakt voor een wedergeboorte. Zie de parallel tussen de totale toewijding aan de Meesteres van alle zielen en het Doopsel van Jezus in de Jordaan:
·                            Jezus begint Zijn Openbaar Leven door naar de Jordaan te gaan en Zich te laten dopen; de ziel begint haar ware leven in dienst van God door zich onder te dompelen in Maria;
·                            Het Doopsel in de Jordaan gold voor de zielen als een rituele reiniging tot bekering en vergeving van zonden; de onderdompeling in Maria geldt als een reiniging in het water van al Haar deugden, als een wassing door Haar heiligende Tegenwoordigheid en heerschappij;
·                            De Heilige Geest daalt over Jezus neer en God wijst Hem aan als Zijn Zoon; bij de totale toewijding roept Maria de Heilige Geest over de ziel af om het Vuur van de wedergeboorte in haar uit te storten.
Jezus was als de Godmens door de Allerheiligste Drievuldigheid bedoelt als het grote Voorbeeld voor het Goddelijk Leven. God wijst in het Doopsel van Jezus in de Jordaan op de noodzaak dat de ziel zich zou laten dopen, doch wel in een dubbele betekenis: in het Sacrament van het Doopsel, doch ook in een doopsel dat zich in feite herhaaldelijk kan voltrekken, namelijk door zich voortdurend open te stellen voor de inspiraties van de Heilige Geest en Zijn Liefdesvuur, en voor de voortdurende reiniging van ziel en hart. In wezen zou elke ziel vóór het aanvatten van elke belangrijke handeling het Vuur van de Heilige Geest en de onderdompeling in het reinigende bad van het water van Goddelijk Leven moeten afsmeken. Dit alles vindt de ziel verenigd in Maria. Het praktische leven in totale toewijding aan Maria dompelt de ziel ononderbroken onder in het Vuur van Gods Geest evenals in de reinigende heerschappij van de heiligste onder alle geschapen zielen: Maria.
Wanneer Jezus tot Nicodemus zei dat de mens opnieuw moest worden geboren uit de Geest, bedoelde Hij precies dit: De ziel moet zich telkens opnieuw losmaken van alle wereldse bindingen en vanuit een wereld van denken, voelen en verlangen gaan leven, die volledig op Gods belangen gericht is. Dit alles komt in feite tot uitdrukking in een zich steeds hernieuwend doopsel in de Heilige Geest en een zich steeds méér terugtrekken in de woestijn van de onthechting. De combinatie van deze beide elementen beleeft de ziel door de totale toewijding aan Maria, in de mate waarin zij zich daadwerkelijk aan Haar overlevert en zich door Haar laat besturen en inspireren.
Het Sacrament van het Doopsel kunnen wij beschouwen als een eerste reiniging en voorbereiding van de ziel op het ware Goddelijke Leven. Het zich voortdurend vernieuwende doopsel in de openstelling van de ziel voor de ononderbroken bezieling door de Heilige Geest en de reiniging door de totale toewijding, is als een voortdurende bevrijding van het stof der wereld, de nooit ophoudende wereldse beïnvloeding van de ziel, een teken van verlangen naar onthechting en bevrijding ten aanzien van het wereldse, om een waarlijk vrij kind van God te zijn. Jezus heeft ons dit voorgedaan in Zijn eigen Doopsel in de Jordaan. Dat Hij dit belangrijk vond, toont Hij ons reeds in het feit dat Hij voor dit Doopsel vanuit Nazareth te voet naar de Jordaan bij Betanië trok, een voettocht van ruim honderd kilometer. Hij had dit Doopsel niet nodig, maar verlangde ernaar, omdat Hij ook in het Doopsel openbaar uitdrukking wilde geven aan Zijn voornemen om in alleswaarlijk mens te zijn”. Op de weg van geboorte naar dood wilde Hij geen enkel element overslaan dat voor de mensenzielen van belang zou zijn, want Hij wilde het Verlossingswerk volkomen maken.

BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat:(zie onderrichtingen: Sluier van goud.)
http://www.maria-domina-animarum.net/
GEBED:
Moeder Maria,wil mijn hart besproeien met het water uit uw Onbevlekte Hart als een doopsel in de Jordaan van het Goddelijk Leven.Wees gegroet Maria,vol van genade…

Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld”. 





zaterdag 3 januari 2015

HEILIGE DRIEKONINGEN

AANBIDDING VAN JEZUS DOOR DE DRIE WIJZEN:

(HEILIGE DRIEKONINGEN-6 januari)


“de 3 koningen op WEG…”




Vandaag nodigt de Hemel ons uit om ons in de Drie Wijzen in te leven, die zich heel speciaal op weg begaven om de “nieuwe Koning” te vinden. Zij hebben gevolg gegeven aan een innerlijke stem, die hen liet inzien dat zij iemand zouden aantreffen, wiens levensdoel ver boven de belangen van de wereld uitsteeg, iemand die geboren was voor het Eeuwig Heil van alle zielen.
Toen zij diegene hadden gevonden, die zij van meet af aan hadden gezocht, herkenden zij Hem als diegene, die Hij werkelijk was. Zij schonken Hem hun gaven, en keerden naar huis terug.
Van elke ziel wordt verwacht dat zij Jezus zoekt. Ieder van ons heeft van God de vermogens ontvangen:
·                            om alles wat Goddelijk is, als zodanig te herkennen (God heeft immers iets van Zichzelf in ons gelegd)
·                            Om naar al het Goddelijke te verlangen: In de kern van onze ziel ligt iets, dat – beschouwd in de zin van een wet uit de fysica – zou kunnen worden vergeleken met een ijzerballetje, dat door de buitengewoon machtige magneet in Gods Hart wordt aangetrokken. De magneet in Gods Hart is de alles overheersende aantrekkingskracht van de volmaakte Liefde.
Deze vermogens liggen echter zo vaak onder een laag wereldse invloeden uit het dagelijks leven begraven, dat de ziel eenvoudig God niet meer in het hart draagt, en Hem zelfs niet meer zoekt.
Wat tonen de Drie Wijzen ons? Zij zoeken de Ware Koning niet gewoon uit nieuwsgierigheid, want zoals bekend, is dat voorbijgaand, doch met de bedoeling:
·                            Hem te verheerlijken (de gave van het goud, symbool voor koninklijke waardigheid)
·                            Hem zichzelf aan te bieden (de gave van de wierook, symbool voor offergaven en het “opbranden” van zichzelf ten dienste van Gods Plannen en Werken)
·                            Hem te tonen dat zij alle beproevingen aanvaarden (de gave van de mirre, dit bitterkruid voor een betere spijsvertering, dat in de spirituele zin symbool is voor het “verteren” van alles wat in het leven moeilijk verteerbaar is.) De Hemelse Koningin wijst erop, dat dit in feite betrekking heeft op een neiging tot innerlijke Vrede en hoop in alle beproevingen.
In de Heilige Drie Wijzen wordt ons de essentie getoond van datgene, wat God van elke ziel verlangt opdat zij een vruchtbaar leven in dienst van Zijn Werken zou kunnen leiden: Verheerlijking van God, totale toewijding van zichzelf, en zelfverloochenende aanvaarding van de kruisen des levens. Opmerkelijk is overigens ook dit: De Drie Wijzen kiezen voor hun terugreis een andere weg dan deze, via dewelke zij naar Jezus zijn gekomen. Laten wij de weg van de Wijzen eens beschouwen als de levensweg. Wanneer de ziel naar Jezus heeft gezocht en Hem daadwerkelijk heeft gevonden, gaat zij daarna niet langer dezelfde wegen: De ware aanraking met Christus verandert de ziel en spoort haar ertoe aan, de oude wegen van dwaling en misleiding en van de vaak lichtzinnig begane zonden te verlaten, en als het ware een wijde boog te maken omheen de bron der zonde (in het geval van de Drie Wijzen gesymboliseerd door Herodes.)
Laten wij vandaag heel bijzonder bidden om het vermogen, met volharding de ster van Gods Voorzienigheid te volgen, die ons naar Christus wil brengen, en onze band met God en Zijn Plannen en Werken als de ware zin en doelstelling van ons bestaan te kunnen zien. Laten wij ons daarbij heel goed voor ogen houden dat de ware sterMaria, Meesteres van alle zielen” heet: Zij is het, die zielen massaal naar Christus, het ware Licht, leidt, en wel door de zielen te ontsluiten voor de ware diepten van de Waarheid van de Eeuwige Liefde.
“aanbidding van de 3 wijzen”


Bron tekst: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat: (zie onderrichtingen: Sluier van goud.)
http://www.maria-domina-animarum.net/


ADESTE FIDELES:

1.Komt, gelovigen, met blijdschap en triomfgezang:
Komt, komt naar Bethlehem:
Ziet hem geboren, de Koning van de engelen:
Komt, laat ons hem aanbidden,
Komt, laat ons hem aanbidden,
Komt, laat ons hem aanbidden als onze Heer.
2.Ziet, hoe de opgeroepen herders hun kudde achterlaten
en nederig tot de kribbe naderen:
Laat ons ook met vrolijke tred daarheen spoeden:
Komt, laat ons hem aanbidden,
Komt, laat ons hem aanbidden,
Komt, laat ons hem aanbidden als onze Heer.
3.Wij zullen de eeuwige schoonheid zien
van de eeuwige Vader, verscholen in het vlees:
God, als kind in doeken gewikkeld.
Komt, laat ons hem aanbidden,
Komt, laat ons hem aanbidden,
Komt, laat ons hem aanbidden als onze Heer.
4.Arm werd hij voor ons en ligt hier neder op stro;
Laat ons hem koesteren in vrome omhelzing:
Wie zou hem niet weder beminnen, die ons zozeer bemint?
Komt, laat ons hem aanbidden,
Komt, laat ons hem aanbidden,
Komt, laat ons hem aanbidden als onze Heer