zondag 7 januari 2018

EEN LEVENDIG GELOOF! GELOOFSGETUIGENIS


EEN LEVENDIG GELOOF!

Geloofsgetuigenis:
 
Lucas 12:49:Jezus sprak:” Ik ben gekomen om op aarde een VUUR te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde!



God verlangt van de mens een levendig geloof. Jammer genoeg zien we bij vele gelovigen, een geloof dat uitdooft, of nog nauwelijks enige betekenis heeft, men sleurt het met zich mee alsof het meer last is dan  gave! Graag wil ik jullie even vertellen over mijn persoonlijke geloof… Bij iedere mens schenkt God bij de geboorte het zaad van het geloof mee in het hart. Reeds als kleine jongen voelde ik veel genegenheid t.o.v. Jezus en Maria (Ik groeide ook op in een gezin waar geloof zijn plaats had.) Zo als kind van ongeveer 5 a 6 jaar  deed ik telkens op Goede Vrijdag het volgende: ik  nam het kruisbeeld dat aan de muur ging en legde dat  op de tafel, ik ging buiten op zoek naar bloemetjes om het kruis van Jezus met bloemen te omkransen, ik had die man die aan het kruis voor ons gestorven was innig lief en dat was toen voor mij een manier om dat uit te drukken (een soort van kruisverering van een klein kind…)
Als ik mij verdrietig voelde, nam ik dikwijls mijn toevlucht tot Maria, zo kroop ik s’avonds diep onder mijn deken in m’n bed en bad ik al huilend weesgegroetjes tot Maria, ik zocht troost bij mijn hemelse moeder, en die vond ik door het bidden van weesgegroetjes. Deze 2 elementen vind ik nu als senior nog altijd terug in mijn geloof:
1.de liefde tot de gekruisigde Christus; wat zich  vertaald in het aanvaarden van lijden die op mijn levensweg komt, zoals Jezus ons vraagt, om dagelijks ons kruis op te nemen en het te dragen, en dit lijden opofferen, in navolging van Jezus.

Zo probeer ik ten volle deel te nemen aan de werken der verlossing, zodat de woorden van de Heilige Paulus vervult worden: “Datgene te doen, wat nog ontbreekt aan het Lijden van Christus.”  

 ( Kolossenzen 1:24)


2. mijn spiritualiteit die ik volg in mijn geloof volg is deze van de H.Grignion de Montfort:”Maria is de VEILIGSTE ZEKERSTE en SNELSTE WEG om tot Jezus te komen.” Daadwerkelijk vertaalt zich dit in de praktijk in een leven in “totale toewijding aan Maria.”  “Ik ben helemaal van u, o mijn beminnelijke Jezus, en al wat ik bezit behoort u toe door Maria, uw heilige Moeder.”
 (uit: De Ware Godsvrucht -H.Grignion de Montfort) 
Mijn gebedsleven verloopt bijgevolg ook door en met Maria, door het dagelijks mediterend bidden van de H.Rozenkrans.
 ( = Maria’s geliefkoosde gebed!)

de H.Rozenkrans ,een machtig wapen tegen het kwade!”


 Maria is mijn gids in mijn geloofsleven! Op deze manier schakel ik mij in als schakel in de ketting van Licht van Maria:


Naast een intens gebedsleven, probeer ik mijn geestelijk leven ook te verrijken door het lezen van degelijke(!) geestelijke literatuur, en lezing van de H.Schrift (de bijbel.)

Na eind de jaren ’90 verschillende keren op bedevaart te zijn geweest naar LA SALETTE (verschijningsoord van Maria in de Franse alpen.) ontving ik ook van Maria de zending om Haar boodschap gegeven in L.S. goed bekend te maken aan gans Haar volk, zoals ze op het einde van Haar boodschap uitdrukkelijk tot 2 x toe gevraagd heeft. Boodschap van LA SALETTE:

 Deze zending vervulde ik vroeger in samenwerking met goede vrienden van mij, maar dit is momenteel helaas wegens gezondheidsomstandigheden, voorlopig niet meer van toepassing, wel probeer ik via internet deze zending nog verder te zetten…

Tot slot kan ik nu reeds zeggen dat ik God dankbaar ben voor mijn leven, ondanks het getekend is door  tegenslagen, ziektes, tijden van duisternis. Het lijden heeft van mij een “nieuwe mens” gemaakt en “het oude” heb ik definitief van mij afgelegd. Innerlijk voel ik mij diep gelukkig dankzij mijn geloof die mij vrede en vreugde schenkt. Doorheen al de beproevingen, ben ik gegroeid als mens en als gelovige. Met de apostel Paulus kan ik zeggen:” Niet ik leef, maar Christus leeft in mij.” (Galaten 2:20)

Het mooiste moet nog komen!

 "Want ik ben er zeker van dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden." 

(Romeinen 8:18)

“Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.” 
(Romeinen 8: 17)

 Al mijn werken zijn er op gericht om mee te werken aan de vorming van het Rijk Gods op aarde, en dit tot meerdere eer en Glorie van God en het heil van de zielen!

O, zalig zijn zij die zich binden met liefde en vertrouwen op deze twee ankers van de zaligheid: Jezus en Maria. Zeker, zij zullen niet verloren gaan.” (H.Alfonsus Linguori)



dinsdag 26 december 2017

IN HET BEGIN WAS HET WOORD


Goede vrienden, bijbehorende evangelietekst uit Johannes 1 heb ik bij mijn dagelijks ochtendgebed toegevoegd. Ik wil het u warm aanbevelen ook aan uw dagelijkse gebeden toe te voegen. Het is een zeer krachtig gebed!

IN HET BEGIN WAS HET WOORD!
 
"IN HET BEGIN WAS HET WOORD."

IN HET BEGIN WAS HET WOORD:
(Johannes 1:1-5; 14)


"In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen… en Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van genade en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader"

"In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis." 

VUURWERK IN DE ZIELEN

 VUURWERK IN DE ZIELEN!
"Steek het vuurwerk aan in jou ziel!"




 God wil geen vuurwerk in de lucht, Hij wil vuurwerk in de zielen. Ik (Maria) ben gezonden om het aan te steken. De vreugde zal groot zijn voor hen die Mij hun terrein ter beschikking stellen. Zij zullen zichzelf in een volkomen nieuw licht zien. Ik heb het Goddelijk Vuurwerk gebaard in een donkere grot. Ik zal het vuurwerk van de zelfontdekking baren in elke zielengrot die Mijn voetstappen verwelkomt”.
Elke ziel is een rijk gevarieerd landschap. Zeer vele zielen concentreren hun leven op de ontginning van een klein lapje grond in dat grote geheel, terwijl vrijwel alle schatten onontgonnen en onbekend blijven. Deze zielen vallen vroeg of laat ten prooi aan ontevredenheid omdat zij zichzelf niet kennen en zeer vele vermogens nooit ontdekken. Zij zijn vergelijkbaar met de bewoner van een klein huisje in een onmetelijk grote, paradijselijke siertuin. Het huisje heeft slechts een heel klein raampje, zodat de bewoner jaar in jaar uit niets méér ziet dan het bekende beeld van zijn kamer en enkele vierkante meter van de uitgestrekte tuin. Vaak betreft het dan nog een stukje tuin met weinig begroeiing. Vele bloemen en bomen, vogels en vlinders en andere verrukkingen die God op zijn terrein heeft geplaatst, ziet hij niet. Zij blijven voor hem onvruchtbaar, want hij mist de verrukkingen van hun levenschenkende aanblik. De ziel moet zichzelf ontginnen.
Zie, de reis van het leven is vergelijkbaar met een safari, een ontdekkingsreis doorheen onbekende en rijk gevarieerde landschappen vol verrassingen. Veelvuldig ontmoet de reiziger wilde en gevaarlijke roofdieren. Zelfs onder een mooi ogende boom kan hij verrast worden door een slang, en water dat hem verkwikking belooft, kan de woonplaats blijken van krokodillen.
Zielen, het Sacrament van de Biecht moet zijn als een geconcentreerde etappe binnen de safari van het leven op aarde. In voorbereiding op, en tijdens, een goede Biecht trekt de ziel doorheen de savanne, doorheen de steppe, doorheen het oerwoud, over bergen, doorheen gevaarlijke wateren en moerassen in het landschap van haar innerlijk leven. Het traject van de etappe is niet steeds bekend, maar het heilzame ligt in de grondige verkenning van de wegen en paden, en in de moed om onontgonnen gebied te doorkruisen. De ziel van goede wil wordt voor deze etappe uitgerust met het Licht van de Heilige Geest en de beschermende kleding van de engelen.
Elke Biecht moet zijn als een stukje invulling van de blinde kaart van de ziel. De ziel brengt er haar eigen grondgebied in kaart, leert de locatie van bergen en moerassen kennen, leert de schuilplaatsen van slangen, krokodillen en leeuwen kennen, en ontdekt ook de Hemelse bondgenoten die haar zullen helpen om de roofdieren te temmen. Begrijp het beeld: het Sacrament van de Biecht moet zijn als een verbond met de Heilige Geest, met Jezus, met Mij, om de eigen zwakke plekken, de plaatsen van gevaar binnen de eigen ziel, te ontdekken en te veranderen. Het moet zijn als een inspanning om het moerasland terug te dringen door het te veranderen in vruchtbare grond waar niet langer de slang en de krokodil leven, doch de gazelle. De Schepper van het landschap heeft de ziel uitgerust met een geweer dat schiet met kogels van Liefdesvuur: “Maria, die jullie is gegeven als wapen tegen de gevaren van jullie wildernis.”
“Elke relatie van een ziel met een medeschepsel kan worden vergeleken met bezoekers in een huis. De bewoner van het huis kan zijn bezoekers slechts waarlijk leren zien zoals zij werkelijk zijn, naarmate het huis beter is verlicht. Begrijp dit beeld: om andere zielen te kunnen zien zoals zij werkelijk zijn, moet de ziel eerst zichzelf zien zoals zij werkelijk is. Zij moet dus eerst en vooral een grote zelfkennis en een bewustzijn van eigen fouten en zwakheden bezitten. Voor de ziel die de zon van de Heilige Geest buiten sluit, zijn alle medeschepselen als vreemden, die slecht worden herkend en daardoor ook vaak worden bekeken met wantrouwen, of met vrees, of als schimmen die de vorm krijgen van het beeld dat de ziel zich van hen vormt op grond van de eigen gesteldheden. Zeg aan de zielen dat Ik  stromen van Licht wil brengen. Afgesloten ramen en deuren moeten worden geopend, want wanneer de lente komt, moeten zijn licht, zijn warmte en zijn verrukkelijke geuren elke kamer van het huis kunnen betreden”.
Het Licht moet overvloedig schijnen in elk zielenhuis. Bedenk dat de spin de duisternis zoekt. De ziel die onvoldoende gebruik maakt van het Licht dat op haar afstraalt, raakt vroeg of laat verstrikt in de spinnenwebben en wordt tot gevangene van haar eigen lichtschuwheid”.

BRON: uit de onderrichtingen van het Maria Domina Animarum Apostolaat:
(Zie openbaringen: 1 januari 2008)


Sluit het vuur van de H.Geest in jou ziel!”





   Alle leven dooft uit; aan elke eeuw en elk millennium komt een einde. Alleen God is eeuwig: de geredde mens is eeuwig, omdat hij geschapen is naar Gods beeld. Hij zal leven in God als hij zich laaft aan "het water des levens" en voedt met de vruchten van "de levensboom" (Openbaring 22:1-7.) Ga verder, voor de eeuwigheid, je te laven aan het levende water, je te voeden met de vruchten van de levensboom. Blijf in de vreugde en de vrede. Leef intens in het heden. "Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed" (Mt.6, 34.) En bid elke dag "Maranatha!": “Kom, Heer Jezus.” (Openbaring 22:20.)









woensdag 20 december 2017

KERSTMIS


 KERSTMIS : GEBOORTE VAN JEZUS CHRISTUS:

25 december



 

Vandaag gedenken wij de Geboorte van de Goddelijke Verlosser. Op deze dag begon het Verlossingswerk van de Godmens ten bate van alle zielen van alle tijden in de ware zin, daar het Christuskind meteen overgeleverd was aan de ontbering die reeds verband hield met de plaats en tijd van Zijn Geboorte. Als het Licht kwam de kleine Christus in de wereld om de duisternis te beroven van haar onbegrensde macht over het uiteindelijk lot van de mensenzielen. De Geboorte van Christus zou derhalve als de eerste rechtstreekse voorbereiding van de zielenakkers op hun eeuwige vruchtbaarheid kunnen worden betiteld. In het winters Bethlehem werd de duivel de lente van Gods Rijk voor alle zielen van goede wil in het vooruitzicht gesteld. Het Goddelijk Decreet voor de Menswording van Gods Zoon was het grootste keerpunt in de heilsgeschiedenis, dat drieëndertig jaar later zou worden bekroond. God onderwerpt Zich aan de beproevingen van leven, lijden en dood om de mensenzielen een teken te stellen, hoe een heilig, vruchtbaar leven er werkelijk uitziet.
Zowel de voorbereiding als het hele gebeuren rond de Geboorte van Christus was een Meesterwerk van Goddelijke volmaaktheid. In Maria werd een mensenziel op de meest verregaande versmelting met de Godheid voorbereid. In Haar vond God de voltooide harmonie tussen Zijn Heiligingwerken en de wil van een vrouw om deze heiligheid in absolute volmaaktheid te laten bloeien. Maria was 'de ziel van goede wil bij uitstek', daar onder een 'ziel van goede wil' toch moet worden verstaan: een ziel die er uit vrije wil naar streeft, in alles de eigen wil ten volle en onbeperkt in Gods Wil te laten overvloeien. De Moeder Gods was een Meesteres van de zelfverloochening, die slechts werd bewogen door één enkele drijfveer: Zij wilde er slechts zijn om een leven te voltooien, dat Gods Werken en Plannen voor de volle honderd procent zou dienen.
Maria kreeg van God een helper toebedeeld: de H. Jozef, die door dezelfde Wil werd gedreven als Zij, en wie het door Goddelijke verlichting van meet af aan volkomen duidelijk was dat ook zijn leven slechts zou dienen om de Missie van de Godmens op aarde mogelijk te helpen maken. Zoals Hij dit in ontelbare (vaak enigszins verborgen) gevallen ook in ons eigen leven doet, bediende God Zich van een aardse gebeurtenis om Zijn Plan ten uitvoer te leggen: De volkstelling op bevel van de Romeinse keizer leidde Jozef en Maria naar Bethlehem. In werkelijkheid, op het niveau van Gods Heilsplan, ondernamen Zij de reis door het onherbergzaam land van de zielen in de winterse koude der harten, om Christus in een verlaten grot te baren, symbool voor de povere gesteldheid van de meerderheid van de mensenzielen: duister, koud, vochtig door gebrek aan enige warmte, om zo te zeggen door God verlaten en slechts bewoond door dieren. Weliswaar is de liefde van dieren ongecompliceerder dan deze der mensenzielen, doch in dit beeld wordt erop gewezen dat dieren zich niet kunnen heiligen; evenzo maken talloze mensenzielen hun eigen heiliging zo goed als onmogelijk. Bovendien verwijst de tegenwoordigheid van de dieren in dit beeld, aldus de Hemelse Koningin, eveneens naar de hartstochten, de ongecontroleerde, niet op Gods Plannen gerichte gedragingen, door dewelke de ziel telkens weer haar heiliging in het gedrang brengt.
In de Advent heeft de Meesteres van alle zielen ons ertoe uitgenodigd, ons over te geven aan een proces van ontsluiting van onszelf, teneinde in te zien hoe winters en onherbergzaam onze levensreis vaak wel is, niet slechts vanwege de vele beproevingen, doch voor het grootste gedeelte vanwege de wijze waarop wij zelf met deze beproevingen omgaan wanneer het erop aankomt, vruchtbaar te worden voor het Plan dat God met ons leven heeft. De Advent behoord een tijd van openbaring van de eigen innerlijke duisternis van elke aard te zijn, en ertoe te leiden, dat wij allen rouwmoedig belijden, zowel jegens onszelf als jegens God, dat onze ziel en ons hart, die Hij als kleine paleizen respectievelijk als heilige tempels had voorzien, meer gelijkenis vertonen met een grot: Duister vanwege de uiteenlopende dwalingen, koud vanwege het gebrek aan oprechte en onvoorwaardelijke Liefde, en door God verlaten omdat wij Hem zelf door ons leven, ons denken en ons willen telkens weer naar de achtergrond verwijzen, indien al niet helemaal verbannen.
God laat vele dingen toe omdat Hij geduld heeft met de mensenziel, en de vrije wil van de mens voor Hem onaantastbaar is. Dit geduld onderstreept de volmaaktheid van Zijn Liefde. Eén ding kan Hij echter niet toelaten: dat Hij ooit zou ophouden, elke mensenziel Zijn eigen Zoon aan te bieden, niet 'slechts' als bezoeker, doch inwendig, in de vorm van een zich steeds opnieuw voltrekkende geboorte binnen in de ziel. Het Kerstwonder wil zich elke dag in elke ziel herhalen, tot de ziel bewust en vrijwillig toestaat dat dit wonder zich daadwerkelijk voltrekt. Om geen andere reden heeft Jezus de Sacramenten ingesteld, en om geen andere reden heeft de Allerheiligste Drievuldigheid de Missie van de Moeder Gods als Meesteres van alle zielen verordend: Maria herhaalt Haar reis doorheen het onherbergzaam heuvelland van de zielen in hun winterse gesteldheid dag na dag, betreedt de zielengrot zodra Zij daar vrijwillig en zonder protest wordt opgenomen, en richt vervolgens deze grot zodanig in, dat deze klaar is voor de geboorte van Christus.
Het Jezuskind heeft voor ons in een grot geboren willen worden. In de grot waar Hij Zijn Moeder vindt, weet Hij echter dat de inrichting stap voor stap zo wordt veranderd dat deze dag na dag beter geschikt wordt voor de voltooiing van Zijn Werken in de ziel. De voltrekking van het Kerstwonder begint waar de inwendige duisternis wijkt voor het inzicht in de volheid van de Waarheid, de koude plaats maakt voor de bloei van de fruitboom der deugden, en de ziel bereid is om haar eigen behoeften de ene na de andere te vervangen door Gods behoeften: De grot wordt een tempel, en de zich heiligende atmosfeer van de zielentempel straalt doorheen de omgeving ervan, zodat het onherbergzaam Bethlehem van het leven van deze ziel geleidelijk wordt omgevormd tot een vruchtbaar land vol bloesems.
De Meesteres van alle zielen liet het ooit in Haar Kerstwens aan de zielen schrijven: Kerstmis in het hart is de lente van een nieuw leven. De levensopdracht van elke ziel bestaat uiteindelijk hierin, de ware navolging van Christus in zich en in alle aspecten van haar leven voortdurend te vervolmaken, opdat zij zich zou heiligen en de van haar vanwege God verwachte bijdrage tot de voltooiing van Zijn Heilsplan ten volle moge kunnen leveren. De ziel staat bij de vervulling van deze opdracht niet alleen: God Zelf werkt aan haar zijde volop aan ditzelfde doel mee. Met dit doel voor ogen zendt Hij ons de Meesteres van alle zielen, en bedelt Hij erom, in elke ziel Zijn Kerstwonder te mogen herhalen. God houdt eenvoudig niet op, ons de pap van onze heiliging lepel na lepel toe te dienen, en geeft ons meteen Diegene, die ons zoals geen ander deze pap kan helpen verteren.
Navolging van Christus veronderstelt dat Christus eerst en vooral in ons geboren kan worden en kan groeien. Daartoe zijn in de eerste plaats vereist: de Moeder Gods, de Liefde voor het Kruis, en het kerstwonder. Laten wij al deze ingrediënten voor de pap van onze heiliging een kans geven, en wel op de wijze waarop het ware kinderen van God betaamt. Het Christuskind heeft het koud, Het zoekt de warmte van uw en mijn Liefde. De Moeder zal ons bijstaan in de mate waarin wij Haar dit mogelijk maken. De kleine Jezus zal in ons groeien door het Vuur van onze zelfverloochening en het voedsel van elke handeling in navolging van Hem. Hij wil met ieder van ons samen de levensreis voltrekken, en Zijn heerlijkheid met ons delen, anders kan Hij zelfs Zijn Goddelijke Gelukzaligheid niet als 'volledig' ervaren.
Zo is Kerstmis voor de ziel, die haar heiliging als kind van God ernstig neemt, geen gebeurtenis die haar herinnert aan een geschiedenis uit een ver verleden en voor het overige slechts aanleiding geeft tot een feest waarvan zij de zin niet eens meer begrijpt, doch een dagelijkse levensopdracht: De geest van Kerstmis is de lucht waarvan Jezus in de zielen moet leven om in haar Zijn Werken te voltooien. Laten wij vandaag samen bidden dat wij het zaad, dat deze dag opnieuw in ons wordt uitgestrooid, niet zouden uitleveren aan de roofdieren van de wereldse invloeden op onze levensweg.
Genaderijk Kerstmis!
BRON:Maria Domina Animarum Apostolaat
(Zie onderrichtingen: boeken: Sluier van goud.)

"Als het Licht kwam de kleine Christus in de wereld om de duisternis te beroven van haar onbegrensde macht over het uiteindelijk lot van de mensenzielen."



dinsdag 19 december 2017

MARIATOEWIJDING DE KONINKLIJKE WEG

MARIATOEWIJDING DE KONINKLIJKE WEG NAAR GOD:


Mariatoewijding is de koninklijke weg naar God. Maria is de Poort van de Hemel, de Spiegel van God, de Sleutel tot de schatkamer der Goddelijke Genaden, de Onbevlekte Ontvangenis die de kop van de satan zal verpletteren. Haar macht is onbegrensd, want God heeft Zijn eigen macht in Haar handen gelegd. Wat Zij verlangt, gebeurt: Als Meesteres van de engelen is Haar wil wet, en God weigert Haar niets. Geloof in Haar, geef Haar uw hele wezen en uw hele leven, teneinde geheel en al God toe te behoren. Wees Maria onderdanig, vereer Haar in de diepste nederigheid en eerbied, en wees in alles Haar dienaar/dienares. Hoe meer u uw wil aan Haar geeft om door Haar beheerst te worden, des te meer zal Zij u begenadigen. Verneder uzelf voor Haar, en Zij zal uw ziel verheffen tot ongekende hoogten. Zij bezit er de macht toe, want Zij is de Koningin van Hemel en aarde. Belijd voor Haar dat u Haar erkent als uw absolute Meesteres, en Zij zal u de ware vrijheid der heiligen bekomen. Maria’s grootheid en verhevenheid overtreft zelfs uw stoutste voorstellingen duizend maal. Wanneer u zich daarvan rekenschap geeft, zult u beginnen te begrijpen hoe zinvol het is, u aan Haar weg te geven, uw leven in Haar handen te leggen. Niets kan uw ziel nog schaden indien Zij volkomen over u heerst en u tot het uiterste bereid blijft om in alles Haar volmaaktheid in de deugden na te streven, voor zover dat voor een mens mogelijk is.

Maria heeft Zichzelf in de Tempel aan God opgedragen. Dit was totale toewijding. In Haar navolging kunt u uw hele wezen aan Haar opdragen (toewijden), om via Haar met heel uw leven geheel aan God toe te behoren. Toewijding is een heilig verbond dat u niet lichtvaardig mag sluiten. Het is als het ware een overeenkomst waarbij u uzelf aan Maria weggeeft als levenslange dienaar/dienares, om door uw offers, gebeden, apostolaat en onvermoeibare en ongeremde naastenliefde het Rijk van Christus op aarde te helpen bespoedigen, want dat is de kern van Maria’s taak. In ruil daarvoor bekomt Zij voor u het Eeuwig Leven, mits u uw dienst in staat van genade blijft vervullen.

Alleen wanneer een toegewijde als instrument de offers brengt om zijn leven totaal op Gods Heilsplan af te stemmen en zoveel mogelijk aan de wereld te verzaken (zoals Jezus het heeft uitgedrukt: "laat de doden hun doden begraven", met andere woorden: laat de wereldse zaken over aan hen die zich met de wereld bezighouden), neemt Maria voorgoed Haar intrek in haar/zijn hart en gebeuren onvervalste wonderen. Het grootste wonder is dat van de vereniging, de eenwording met het Hart van Maria, waarbij Zij in steeds meer opzichten en met steeds opvallender diepgang Haar eigen eigenschappen in het hart van Haar uitverkorene begint te drukken.

Vreugde is een vitale gesteldheid van het hart. Wie zijn toewijding aan Maria tot het uiterste toe beleeft en Maria ten volle in zijn hart laat leven en werken, oogst vanzelf de vreugde en blijmoedigheid. Zij vormt een groot eerbetoon aan Haar die hem alles geeft om reeds hier op aarde een voorsmaak van het Eeuwig Geluk te beleven.



BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat
(Zie gebeden, tussenteksten gebeden
1-250.)
 
“Niets kan uw ziel nog schaden indien Maria, volkomen over u heerst en u tot het uiterste bereid blijft om in alles Haar volmaaktheid in de deugden na te streven, voor zover dat voor een mens mogelijk is.”

Toewijdinggebed aan Maria door de H.Grignion de Monfort:

O Maria, in tegenwoordigheid van alle engelen en heiligen,kies ik u heden, tot mijn Moeder en Koningin. Ik wijd mij aan u toe en geef u,vol liefde en overgave, mijn lichaam en mijn ziel, alles wat ik heb en wat ik ben. Ik bied u de verdiensten aan van mijn goede werken uit het verleden, in het heden en in de toekomst. Ik geef u het volkomen recht, om over mij te beschikken en over al wat mij toebehoort, zonder voorbehoud, naar uw goedvinden, tot meerdere eer en glorie van God, in de tijd en in de eeuwigheid..AMEN.




zondag 17 december 2017

HET RIJK VAN MARIA


HET RIJK VAN MARIA:


"Ik roep al Mijn getrouwen op tot het spiritueel huwelijk met Mij. De ware bruiloft met Mij is een bruiloft met de Liefde, de zuiverheid en de overgave. Bruiloft met Maria is een eed van trouw aan de gesteldheid van onthechting van al wat werelds is, om volkomen één te worden met het ware, bovennatuurlijke Leven van de ziel, het Leven zoals de ziel zal leiden in de Hemel, want daartoe is zij geroepen. Alles waartoe de ziel geroepen is voor de eeuwigheid, moet zij op aarde voorbereiden. Alleen zo kan zij door eigen bijdragen de verdienste van haar zaligmaking verwerven. Daarom is het lijden op aarde zoveel méér waard dan het lijden in het oord van loutering: De ziel in het vagevuur heeft in het uur van haar oordeel Gods Waarheid geschouwd.
Zolang de ziel nog op aarde is, moet zij de strijd tegen de wereld en tegen haar eigen zwakheden voeren door het geloof, want zij heeft nog niet de volheid van Gods Waarheid geschouwd. Waarlijk zalig daarom, de ziel die reeds op aarde haar zwakheden ongenadig toevertrouwt aan de doornen om het huwelijk met de Roos waardig te worden (Maria bedoelt hier duidelijk dat de ziel in de strijd tegen haar zwakheden niet mag terugdeinzen voor de inspanningen van de onthechting en het lijden dat ermee gepaard gaat), om hierdoor doordrongen te worden van het parfum dat zij pas na haar oordeel bij Gods Troon in zijn volheid zal waarnemen.
Ik ben de Maagd der armen. De waarlijk armen zijn de zielen die zich van alles laten ontkleden, die de aardse goederen maar ook de gesteldheden der wereld met grote voorzichtigheid benaderen, en daarom de mantel van de eeuwige reinheid omgeslagen krijgen. Ja, God kleedt de naakten, maar de ware naakten zijn zij die het kleed van de wereldse gehechtheden hebben afgelegd in een akt van vrijwillige toewijding. Waarlijk toegang tot de Troon van de Meesteres van alle zielen krijgen zij die de mantel van Mijn dienaren of slaven dragen. Toegang tot Haar bruidskamer krijgen zij die zich totaal ontkleed aan Haar voeten hebben neergeworpen, niets van zichzelf terughoudend en Haar smekend om met Haarzelf bekleed te worden. Zij dragen niet meer Mijn mantel, zij vergroeien ermee, want zij worden tot levende Liefde, zuiverheid en overgave. Eén ding nog slechts onderscheidt hen in Gods ogen van de engelen: Zij dragen het merkteken van het Bloed van het Goddelijk Lam dat hen heeft verlost doordat zij het Kruis hebben omhelsd. Geen engel heeft ooit dit voorrecht genoten".
"Zelden stelt een mens zich de vraag waarom er een afwisseling bestaat tussen dag en nacht. Dat komt omdat de Schepper heeft voorzien dat de schepselen hun werken zouden verrichten in het levenbrengende Licht, en daarna van die werken zouden rusten. Een andere reden is echter deze, dat de Allerhoogste elke nieuwe dag beschouwt als een hernieuwing van het leven, steeds weer een nieuwe kans tot wedergeboorte in de ziel. Wanneer de nacht valt, wordt een deken gespreid over de ziel, en de ziel wordt geacht, van de voorbije dag niets meer over te houden dan een residu. Ik bedoel dit als volgt:
Elke dag kenmerkt zich door een opeenvolging van handelingen, gedragingen, gevoelens, gedachten, wensen, verlangens, kansen om goede dingen te doen en gelegenheden om te struikelen. Al deze dingen vormen samen de inhoud van de dag. Al deze elementen voltrekken zich onder welbepaalde vormen. Dezelfde inhouden kunnen zich aan de mens aanbieden onder vele uiteenlopende vormen. Twee of meer mensen kunnen dag na dag samen gelijkaardige dingen doen, en toch zijn geen twee dagen gelijk. Ook de inwendige gesteldheden van het gevoels- en denkleven, evenals de gesteldheid van het lichaam, zorgen ervoor dat gelijkaardige dingen verschillend ervaren kunnen worden. Dit alles, zowel inhouden als vormen, heeft ’s avonds geen enkel belang meer op zichzelf. Het enige wat belangrijk is, is het zaad dat dit alles in de ziel heeft gelegd. Dit is het residu, datgene wat in de ziel overblijft en waaruit de ziel haar lessen moet leren om de route van haar reis naar God bij te sturen. Al het overige moet zij laten verdwijnen onder het deken van de nacht. God onttrekt dit alles als het ware aan het zicht.
De volgende dageraad is het ontwaken van de nieuwgeboren hoop in de vorm van Gods Licht dat het deken van de nacht openscheurt. Wanneer de nacht valt, zou elke ziel zich in zichzelf moeten terugtrekken en alle dingen van de voorbije dag begraven aan de voeten van haar Hemelse Meesteres, opdat Zij erover kan heersen, want Zij is de Koningin van de nacht en de Moeder van de hoop. Uit Haar wordt steeds nieuw leven voor de ziel geboren. Zij bezit de volmaakte herscheppende macht: Zij maakt nieuw leven uit dode of stervende dingen. Daarom wacht Zij op de offerande van de voorbije dag om tijdens de nacht uit dit alles nieuw leven te bereiden voor de ziel. Nooit kan de ziel met recht wanhopen wanneer zij zichzelf en haar ervaringen aan Mij heeft afgestaan.”
"Dat is het Rijk van Maria: Wat wegkwijnt onder alle invloeden der wereld, wordt in de Meesteres van alle zielen verrijkt door Haar volmaakte heiligheid en door Haar onbegrensde macht binnen de werkingen van Gods Gerechtigheid en Barmhartigheid. De vrucht hiervan is nieuw Leven, onherkenbaar in vergelijking met het oude leven. Het wereldse, duistere, stervende, verziekte, wordt Hemels, stralend van Licht en bruisend van het Ware Leven. Dat is de diepe zin van totale toewijding. Nooit is het leven ten einde voor de ziel die in, met en voor Mij leeft.”
"Kijk toe, en zie wat Ik doe wanneer een ziel Mij met overgave al haar kwellingen toevertrouwt".
Ik zie een beeld van een dor stuk grond onder een duistere hemel. Op de grond staat Maria, in een lang lilakleurig gewaad dat elegant met plooien tot op Haar voeten valt. Zij lijkt uit Zichzelf een betoverend Licht uit te stralen. Ik zie hoe een ziel, aan Maria’s voeten geknield, als het ware zichzelf laat 'leeglopen'. Alles wat uit de ziel vloeit, dringt in de aarde onder Maria’s voeten. Zij begint steeds méér Licht uit te stralen. Dit Licht lijkt eveneens in de grond te stromen. Daarna trekt de hemel open, de zon gaat op, en ik zie nu een grond vol jong gras en bloemen. Maria zegt tot mij:
"Zie hoe Ik leven opwek uit een dorre grond waaraan niets is toegevoegd dan dorheid uit een kwijnende ziel. Doch de ziel droeg nog een zaadje van leven in zich: het vertrouwen dat haar ertoe aanspoorde om aan Mijn voeten neer te knielen en Mij te smeken om de uitoefening van Mijn macht. Ik heb Mij op Mijn beurt ontledigd: Mijn voeten hebben al het negatieve en levenloze vernietigd, Mijn handen hebben de kracht van het Ware Leven toegevoegd aan het zaadje van vertrouwen en overgave, en de Goddelijke macht van de Liefde uit Mijn Hart heeft het geheel doen rijpen als onder een zomerzon. De nacht breekt, het nieuwe Levenslicht gloort, en de dorre grond wordt onder Mijn voeten tot getuige van Mijn macht. Ik heb tot de grond gezegd: 'Ik wil, word vruchtbaar', en zo is het geschied, in de grond van de ziel. Ik heb Mij ontledigd, maar kan niet leeglopen, omdat Ik volmaakt in God verworteld ben.
In de mate waarin een ziel in God verworteld zit, wordt haar innerlijke, drijvende kracht méér onuitputtelijk. Hierin schuilt de mysterieuze drijvende kracht die kan worden waargenomen in een ziel die totaal onder Mijn heerschappij leeft omdat zij zich totaal aan Mij heeft weggegeven. Laat Ik je er nog op wijzen dat de kleur van Mijn gewaad in dit visioen symbool staat voor de Hemelse Bruiloft. Wanneer een ziel zich aan Mijn voeten neerwerpt en Mij beschouwt als haar laatste hoop, tooi Ik Mij als voor een bruiloft, want deze ziel zal zich in Mij uitstorten, zodat Ik gedurende de nacht van haar leegheid, zwanger kan zijn van het nieuw Leven dat Ik voor haar zal baren zodra haar innerlijke ogen klaar en ontvankelijk zijn om de nieuwe dag te herkennen. Ik zou niet waarlijk Meesteres zijn, indien Ik niet vooral totaal over de zielen zou heersen wanneer zij bezig zijn, het Leven te verliezen. Eén ding slechts verlang Ik: dat zij Mijn onbegrensde vruchtbaarheid wekken door hun laatste zaadje van hoop, vertrouwen, Liefde en overgave in Mij uit te storten.”

BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat
(Zie openbaringen: 15 januari 2007)

“Moge het rijk van Jezus Christus komen door het rijk van Maria.”
 (uitspraak van de H.Grignion de Montfort.)


maandag 11 december 2017

TOTALE ONDERWERPING AAN MARIA

PASSEND EERBETOON AAN MARIA:

TOTALE ONDERWERPING AAN MARIA


Onderrichting van Maria:
"Onder de schepselen is niemand ooit een grotere aanstoot geweest voor de wereld en de satan dan Ik. De satan heeft Mij van in den beginne gehaat vanwege Mijn macht over hem. Ik, een vrouw met mensenbloed, werd hem door God voorgesteld als zijn Meesteres. De Allerhoogste eiste van meet af aan totale onderwerping van ieder wezen aan Mij. Hij verwacht dit nog méér in deze tijden, nu Zijn Heilsplan zich in alle bijzonderheden uitwerkt. Ik ben de Uitvoerster van dat Plan. Daarom verwacht God nu méér dan ooit dat de strijdende Kerk Mij erkent en belijdt als de Meesteres van alle zielen. Mij zo te noemen, is een kaakslag aan de satan. Totale onderwerping van een ziel aan Maria maakt hem waanzinnig van machteloosheid. Zeg aan de zielen dat, telkens zij Mij met Liefde en de diepste verering aanroepen als 'machtige Meesteres van alle zielen', Ik de duivel gebied om aan Mijn voeten neer te knielen. Zo dwing Ik de prins van de hoogmoed om zich totaal te vernederen voor Haar die hij zozeer haat.  Wat de afkeer voor de liefdesslavernij jegens Mij betreft, tracht de satan in de ziel van de man afschuw te storten voor het absolute meesterschap van een vrouw, en in de ziel van de vrouw tracht hij afgunst te storten jegens de Vrouw die een dergelijke onbegrensde macht tentoon kan spreiden."
"Mijn Hart is Gods Schatkamer. Alle rijkdommen van de Hemel zijn in Mijn Hart gelegd. Mijn wil, die de Wil van God Zelf is, bedient de deur van Mijn Hart om Genaden over zielen te storten."


"Mijn macht openbaart zich langs de volgende kanalen:
1.                     Ik oefen macht uit via Mijn geest, op grond van Mijn volmaakte kennis van Gods Waarheid, die Mij het vermogen schenkt om Gods Heilsplan op volkomen wijze te leiden en te besturen.
2.                     Ik oefen macht uit via Mijn mond, door de onbegrensde kracht van Mijn Voorspraak bij God voor de zondige mens, de dwalende, de misleide, de mens die lijdt in de ziel.
3.                     Ik oefen macht uit via Mijn Hart, dat een vuurhaard is van de volmaakte Goddelijke Liefde, de ware levenskracht van de hele Schepping. De herscheppende macht waarover Ik beschik, ontspringt uit Mijn Hart, want daar is ook de zetel van Mijn wil, die de volheid van Gods Wil behelst.
4.                     Ik oefen macht uit via Mijn handen, waaruit alle Genaden uit de Goddelijke Schatkamers stromen. Door Mijn soevereine beschikking over alle Genaden heb Ik macht over de levensweg van zielen.
5.                     Ik oefen macht uit via Mijn voeten, waarmee Ik heers over de satan, de zonde, de bekoringen, alle beproevingen die Mij toegewijd worden, en alle invloeden en sporen van de wereld in hen die zich volkomen aan Mij geven. Uit Mijn voeten stroomt de macht van bevrijding van de zielen uit de greep van het kwaad, en de macht van de grondvesting van Gods Rijk op aarde. Omdat God Mij de leiding over de vestiging van Zijn Rijk heeft gegeven, verlangt Hij dat alle zielen zich aan Mijn voeten vernederen als het enige passend eerbetoon aan de Koningin van Hemel en aarde en de Meesteres van alle zielen.
                      
BRON: Maria Domina Animarum Apostolaat
(Zie openbaringen: 11+14 december 2005)


"Maria, machtige Meesteres van alle zielen, ik vertrouw op U."